Boekgegevens
Titel: Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Auteur: Altmann, H.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1842
2e dr; Oorspr. uitg.: 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 314 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205372
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ .v
( 53 )
aan manschappen geledèn. AVij hadden gecne sche])cn
Terloren; de Franschen twee; doch wij moesten het
Teriies betreuren van den Schoul-b'j-Nacht kikolaas
TEKSCUOOR.
Onze Staten hadden de gevraagde hulp aan den Ko-
ning van Spanje, toegezegd voor ,den tijd van zes maan-
den ; deze lijd verstreken zijnde, maakte i)e rüiter
zich gereed, om naar het vaderland terOg te keeren;
doch op zijne reize derwaarts ontving hij tegenbevel,
om nog zes maanden den Koning vau Spai{je met de
vloot ten dienste te staan, lly keerde daarop terug,
hield zich eenigen tijd omtrent Napels op , en zeilde
van daar naar Palermo, om zich met de Spaansche
vloot te vereenigen. Den 21sten April werd hem ver-
wittigd , dat de Fransche vloot de haven van Me&sina
was uitgezeild en voor Catania gezien was. Aanmer-
kelijk hadden de Franschen hunne magt na den laatsten
zeeslag versterkt; hunne vloot bestond nu uit dertig
oorlogschepen , drie fregatten en zeven branders , ter-
wyl do onze uit slechts zeventien oorlogschepen, zes
kleinere , vier branders en twee voorraadschepen be-
stond. Een onzer bodems was na den eersten zeestrijd
gezonken. De Spanjaarden hadden wel tien schepen
bij de onzen gevoegd , doch hiervan waren er slechts
vier of vijf ia slaat, om dienst to doen. De Fransche
vloot voerde 2,171 stukken geschut en was bemand
met 10,666 koppen , terwijl wij slechts 852 stukken,
geschut en 4,500 koppen telden. Met deze geringe
magt wilde de ruiter echter den-ongelijkeu strijd wa-
gen. ilij had reeds meermalen getoond , dat hij zich
niet liet terughouden, al ware het, dat hij eene groote
overmagt had te bestrijden. Hij verdeelde zijne vloot
in twee smaldeelen, waarvan hij zelfde voorhoede,
en de Vice-Admiraal de haat do achterhoede aanvoer-
de. Moedig ging onze zeeheld op de Franschen af, en
het was omtreut vier uro in den namiddag , toen men,
in hol gezigt van den berg Et7ia, de vijandelijke vloot
zoo verre genaderd was, dat ^dezelve onder het bereik
was van ons geschut. Spoedig werd het gevecht alge-
meen; de Spanjaarden hielden zich echter op eenigen
afstand. Zij scholen wel geweldig op den vijand, doch
D 3 wa-