Boekgegevens
Titel: Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Auteur: Altmann, H.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1842
2e dr; Oorspr. uitg.: 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 314 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205372
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 45 )
hadden , dat het Hollanlsrhe buslcrnid krachtiger was,
dan het hunne, en dat Prins bobert dien ten geTolgo,
met Terlies xan veel volk en deerlijk gehavende sche-
peu , naar de Teems had moeteu terugkeereii Volgens
het getuigenis van dienzelfden schrijver had dk rcitkr
daarentegen weinig schade geleden, cn had hij getoond,
dat hij nooit zijne plaats verliet, dan om den vijand hel
hoofd te bieden. Volgens beri.^len uit Londen zelvo
hadden de Engelschen en Franschen omlrent drieduizend
dooden en gekwetsten , terwijl zij elkander de schuld
vau do geledene nederlaag gaven. De rciter leverde
aan de Staten eeu verslag in van de behaalde zege ,
waarbij hij tevens verzocht, om eenen nieuwen voorraad
van buskruid en scheepsbehoeften , ten einde zich ia
staat to stellen, om andermaal den vijand het hoofd te
bieden.
Leeriv.g, Leeringen wekken, voorbeeM-'n trekken. - ijf^i
VIJF EN TWINTIGSTE LES.
Berde zeeslag in 1673.
Üe vijand wilde andermaal eeaen kampstrijd tegen de
Nederlanders wageu. /ij. konden het niet verkroppen ,
dat zij door eene veel geringere magt, dan de hunne,
tweemaal geslagen waren, de zee hadden moeten ruimen
en genoodzaakt waren, dö wijk in huano havens te ne-
men. Zij wilden hunne eer herstellen eu de schande
Tan hunne vlugt uitwisschen.
De ruiter, die zee gehouden had, cn wederom volko-
men eereed was, om den vyand af te wachten, vernam
den 28sten Julij, dat de vijandelijke vloot zeilree lag,
om de rivier van Londen af te komen, en uit honderd
vijf en twintig oorlogschepen bestoud, waarop zich eeni-
ge duizende soldaten bevonden, met welko men voorne-
mens was op de Zeeuwsche kust te landen. Onze Ad-
miraal gaf op het vernomen van deze lij Hng bevel, oii\
onder zeil te gaan. Den 3lsten der genoemde maand
kreeg men den vijand in het gezigt en men zou denken,
dat deze met zyue geduchte magt de veel minder sterke
Ne-