Boekgegevens
Titel: Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Auteur: Altmann, H.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1842
2e dr; Oorspr. uitg.: 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 314 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205372
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 39 )
TWEE EN TWINTIGSTE LES.
Jlet jaar ir>T2.
Niel lang mogl men zich over den gesloten Trede Ter-
blijdcn. Vijfjaren daarna werd hij door de Engelsciten
Terbroken , toen zij met de Franschen zich Tereenig-
den , om ons Taderland met eene geweldige oTermagt,
200 te zeo als le land , aan te Tallen , en hetzelTe
onderling te Terdeelen, Hoogst merkwaardig is het jaar
1672 in onze Tadeilandsche geschiedenis, maar ook
hoogst merkwaardig in het leTen Tan onzen jidmiraal^
die op nieuw zou toonen, wat hij TOor Nederhmd
die zich op nieuw met onTerwelkbare lauweren zou be-
dekken.
Onze Staten hadden bij tijds besloten, om zich op
zpe zoo sterk te maken . als doenlyk was. Reeds in
Febi narij was er Tastgestcld , dat men TOor den tijd
van zeven maanden eene aanzienlijke Tloot zou uitrusten.
Om geen gebrek aan Tolk te hebben , ter bemanning
Tan dezelve, werd de vaart cn visscherij op Groen*
land V als ook do vaart op do Oostzee en Noorwegen,
voor dit jaar Tcrboden.
Onder hoogst gezochte Toorwcndsels Terklaarden de
Engelschen ons op den 7den April den oorlog , cn op
denzelfden dag deden de Franschen zulks ook.
Met eeno vloot van ruim zeventig scliepen , waarover
BE iiriTER het opperbevel had , ging men den Oden
Wei van het evengemelde jaar in zee ; dezelve was in
drie eskaders verdeeld. De ruiter voerde het eene en
de Admiraals vait gest en bamhekt de twee andere;
de wit bevond zich wederom als gevolraagtigde der
Staten op de vloot. Men vernam , dat de vereenigdo
Engelsche en Fransche vloten uil drie en tachtig oor-
logschepen en eenige branders bestonden.
Gedurende verscheidene dagen zocht men den vijand
op, doch telkens ontweek deze een gevecht. Onze
vloot was intusschen aangegroeid lot een getal Tan een
cn negentig schepen en fregatten en een groot aantal
branders, allen wel bemand en de schepelingen vol
moed, om den vijand te geinoet le gaan. Eerst op den
C 4 7deü