Boekgegevens
Titel: Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Auteur: Altmann, H.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1842
2e dr; Oorspr. uitg.: 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 314 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205372
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 25 )

waanut hy aanlouliiig nam, om te Tooronderslellon, dat
de vrede met Engeland van geenen langen duur zou
zijn. Een Engelsch smaldeel van acht schepen ontmoe-
tende, groette hij den bevelhebber van hetzelve met hst
losbranden van het geschut en het strijken der vlag.
De Eugelsche Admiraal beantwoordde wel het eerste,
maar streek de vlag niet. De ktjiteb gaf hierover
zijne verwondering te kennen; en toen nu do Engelsch-
man verklaarde, dat hij van zijnen Koning in last had,
om voor niemand de vlag te strijken, antwoordde de
KCiTER , dat hij , ingevolge zijnen last, in dat geval
het voor de Engelschen ook niet meer zon doen.
Leering, Die zijnen meeétor getrouw' ea met liefde dient,
dien ligt de eer zijn:} meesters éven zoo na aan liet
iiart, als zijne eigene.
VIJFTIENDE LES.
Togt naar de westkust van Afrika.
Spoedig bleek het, dal de rriter niet mis geoor-
deeld had , met te vooronderstellen , dat de vrede mei
Engeland van geenen langen duur zou zijn; waal toen
hij maar pas in de Mi^dellandsche zee was, kreeg hij
van de Staten bevel , om legen de Engelschen op zyno
hoede te zijn, dewijl men gegronde reden had, om voor
eene vredebreuk met hen te vreezen. Do Engelschen ,
altijd wangunstig op den voorspoed van anderen en bij-
zonder op den onzen, hadden den Nederlandschen handel
op de westkust van jifrika zeer benadeeld , verschei-
dene onzer schepen genomen , en zich meester gemaakt
vau sterkten , welke wij op de kust van Gninea beza-
ten. Zij hadden zulks gedaan onder voorwendsel, dat
zy alleen regt op do Afrikaausche kust hadden , dewijl
dezelve hun door den Koning van Portugal gegeven
was. Het wegnemen onzer schepen en hel innemen on-
zer sterkten ging gepaard met wreedheden , welke onzo
Stalen noodzaakten , om hieraan paal en perk te stel-
len. De bditea , welke met eene vloot vau twaalf
schepen in de Middelland sehe zee was , kreeg een ge-
heim bevel, om onverwijld van daar te vertrekken,
B 5 naar