Boekgegevens
Titel: Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Auteur: Altmann, H.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1842
2e dr; Oorspr. uitg.: 1839
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 314 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205372
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Ruyter, Michiel Adriaensz de, 1600-1700, Admiraals, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Michiel Adriaansz. de Ruiter: een leesboek voor scholen, in dertig lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 9 )
VIJFDE LES.
Moed en heleid.
Op eenen togt naar SaUe krcog de ruiter , in do
nabijheid Tan genoemde stad , tegen den avond vijf
Algerijnsche roofschepen in het gezigt, die op hem
schenen te passen. Geene kans ziende, om hun te ont-
komen, maakte liij zich gedurende den nacht, slagvaar-
dig , met het Taste Toornemen , om niet to wachten,
tot de roovers hem zouden aanvallen j hïaar om zelf
den aanval te doen. Bij het aanbreken vnn den dag
ging hij vol moed op zijne vijanden af , en onthaalde
dezelven zoo wel, dat drie hunner de vtngt namen ,
terwijl hij door de twee overigen moedig heensloeg en ^
gelukkig op de reede van Salée ten anker kwam. Uit
de stad had men deu ongelijken strijd, den moed van
de ruiter en de vlugt zijner vijanden gezien. De on-
versaagdheid van den Hollandschen zeeman had de be-
wondering der Mooren opgewekt; met alle teekenen
van eerbewijs werd hij ,in Satèe ontvangen , en mea
Toerde hem als in triomf, op een paard gezeten , door
de voornaamste straten der stad.
Somtijds , wanneer de ruiter geenen krachïigen te-
genstand kon bieden , bediende hij zich van list, om
zijnen Tijanden te ontkomen , of lien magteloos te ma-
ken , waarvan de twee volgende trekken ten bewijze
kunnen verstrekken.
Eens met een geheel weerloos schip, onder het gelei-
de Tan eene tIooI, naar het vaderland zeilende, dwaal-
de hij met eenige andere schepen in den nacht Tau
de vloot af, en verviel met dezelve onder eenige
Duinkerker kapers. Toen men dit ontdekte , zetten de
overige schepen zoo veel zeil bij als doenlijk was , eu
bluschten zorgvuldig alle lichten uil, om , ware het
mogelijk , ongemerkt tusschen de Duinkerkers door te
zeilen; doch de ruiter deed zulks niet. Hij gaf be-
vel , dal men weinig zeilen bij zou zetten en lichten
ontsleken , zoo als zulks aan boord van do oorlogsche-
pen gebruikelijk was. Deze list viel naar wensch uit;
>vant do Duiukerkers zijn scliip voor een {joed bemand
A 5 en