Boekgegevens
Titel: Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Auteur: Stamkart, Johannes Adrianus; Heije, B.; Kempees, J.C.J.
Uitgave: Amsterdam: Weijtingh & Brave, 1860
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 669 H 18
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205366
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
de middellijn AC vallen. Maak AD = '/j AD', en rigt uit D
de loodlijn DB op, dan zal, wanneer men uit A naar B de
koorde AB trekt, deze koorde de gevraagde eenheid zijn.
Vraagstuk 205.
Stel (Fig. 188) CE = en DE=z2j:,
dan heeft men:
CE X DE = AE X BE
of 14i;»=15
7,41/210
dus DE=:2a;=r: 7,j/210 el.
CE 1=73;=: 7jI/210. »
Vraagstuk 206.
Fig. 189.
Men heeft (Fig. 189)
CE X DE = AE X BE
of CExDE=:BEx(AB + IE)
Dit wordt nu, daar AB =: 2E1
= 20 palm is:
33 x 30 20 BE + BE
waaruit men zal vinden:
BE = —lO + j/1090,
en eindelijk
ME BE + BM z= BE +10 j/1090 palm.
Vraagstuk 207.
Fig. 190.
Laat MA, M'A, M'A enz.
(Fig, 190) de stralen zijn van
eenige cirkels, die door de
punten A en B gaan. Als men
nu AB tot in C verlengt en uit
C aan genoemde cirkels raak-
lijnen AD, AD', AD' trekt