Boekgegevens
Titel: Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Auteur: Stamkart, Johannes Adrianus; Heije, B.; Kempees, J.C.J.
Uitgave: Amsterdam: Weijtingh & Brave, 1860
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 669 H 18
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205366
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vraagstuk 184.
Trek(Fig.l71).\Geven.
wijdig aan CB, dan is
NG = CD en A NGM regt-
hoekig in G, \Vij hebben
dus
Nu is
waaruit voortvloeit
dat is
of
waaruit
waardoor
NG CD — ïX(MN—GM)
CM:DN = BM:BX,
CM — DN: BM — BN CM : BM,
CM —DN:MN = CM:BM
4:20 = 12:BM
BM = 60
BN=iBM —MN —40.
Uit de regthoekige driehoeken BCM, BDN volgt nu:
-Ö -2
BC = K(BM — CM) = 241/^6
-2 -2
eu BD |/(BN — DN)
Vraagstck 185.
172. In Fig. 172 zij
MN = CM--CN —9.
Nu is in den regthoekigen driehoek AMN
-2 -2
AM = K(MN — =
dus AB rrz BM — AU
— 12 — 6J./2 = 6(2 —
vraagstfk
F'g- 173 Trek (Fig. 173) DN loodregt op
AB, dan zal AD=::BD=2Vi
zijn. Uit den regthoekigen drie-
hoek ABC is
AC = j/(AB —BC)
r= al/291,^