Boekgegevens
Titel: Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Auteur: Stamkart, Johannes Adrianus; Heije, B.; Kempees, J.C.J.
Uitgave: Amsterdam: Weijtingh & Brave, 1860
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 669 H 18
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205366
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
op, dan zal, na CD en AD getrokken te hebben, CD = AD
de straal des begeerden cirkels zijn. Want als CD = AD = 1
is, dan is AC = j/2, derhalve staan de stralen CD en AC
tot elkander als 1 : i/2, dus de cirkels daarmede beschreven
als 1 : 2.
Vraagstuk 308.
Zij T de straal des cirkels, dan heeft men:
%r7t — a,
«
waaruit: r =z
2jr
dus vindt men voor den inhoud:
Vraagstdk 30y.
Ingevolge de opgaaf moet:
y'jT = Snr zijn,
hieruit volgt: r* = 2r
en r = 2 Ellen.
Vraagstdk 310.
Daar de sector op eenen boog van 1° 1 vierk.' palm inhoud
heeft, zoo is de inhoud des geheelen cirkels 360 □ palmen;
men heeft dus = 360,
, 360
waaruit r^ =z -
TT
6
en r — -j/lO^r.
TT
Vraagstuk 311.
Daar de inhoud eens sectors gelijk is aan de lengte van
zijnen boog, vermenigvuldigd met den halven straal, zoo zal men
vinden: