Boekgegevens
Titel: Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Auteur: Stamkart, Johannes Adrianus; Heije, B.; Kempees, J.C.J.
Uitgave: Amsterdam: Weijtingh & Brave, 1860
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 669 H 18
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205366
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 15.
VI;AAGSTÜK 18.
L C'BD (Fig. 15) =r E — BCD == 50°,
L ABD R — Z. CBD = 40°.
Vhaagstck ly.
L ABC (Fig. 16) = 2_ACB=A(1S0^—Z.BAC)
= 90° — BAC = 74° 53'20',
j^^BOC =^DOE = 180°—(^OBC+Z_BCO)
= 180°—2Z_ OBC = 180°_^ABC
= 105°7'40",
Z_BOD =:Z-COE=180~Z_BOC=74°52'20'.
Vraagstuk 20.
Laat AB en BC (Fig. 17) de gelijke beenen
I zijn, AC de basis en AD de loodlijn, dan is :
^ABC —180° —2^BAC
UZ. ABC == 90° — Z. BAC = 90°—^ ACD
= L CAD.
Vraagstuk 21.
L CAD (Fig. 18) =90°—Z.C:=54° 5 9' 43',
L AOE - L BOD = 90° — CAD
r= 35°0' 17',
L AOB = L DOE = 180° — ACE
= 144° 59'43'.
Men ziet hieruit, dat het geven van A
' overtollig is.
Vraagstuk 22.
Wanneer men (Fig. 19) den gelijkbeenigen regthoekigen driehoek
ABC construeert, dan zal ieder der hoeken B en C 45° bedragen;
yig. iH.