Boekgegevens
Titel: Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Auteur: Stamkart, Johannes Adrianus; Heije, B.; Kempees, J.C.J.
Uitgave: Amsterdam: Weijtingh & Brave, 1860
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 669 H 18
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205366
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oplossingen der vraagstukken, uit het eerste stukje van de Beginselen der meetkunde, van J.C.J. Kempees
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
lelogram en BE zijne hoogte. Deel BE in reden als de gege-
vene getallen 1, 2 en 3 en trek door de deelpunten F en G
de lijnen Hl en KL evenwijdig aan de basis AD, dan zullen
HBCI, HIKL en KLDA de begeerde deelen zijn, want nien
heeft:
HBCI : HIKL : KLDA = bf : EG : GE = 1 : 2 : 3.
Vraagstuk 263.
De bedoelde driehoek is regthoekig, want 3' -t- 4' = 5'.
Zijn inhoud is dus gelijk aan het halve product zijner regt-
hoekszijden, dat is:
3X4
—-— = 6 □ palmen.
2
Vraagstuk 264.
Volgens Vraagstuk 190 is de hypotenusa het dubbel van den
straal des omgeschreven cirkels, in dit geval dus 6. De andere
regthoekszijde zal dus worden uitgedrukt door de formule:
— 2») = 4^2.
En de inhoud door:
2 x 4l/2
^ = 4k2 □ Ellen.
2
Vraagstuk 265.
Stel voor de zijden 2a;, 3a;, 4a;. Indien men nu deze waar-
den in de formule van § 162, 4^® Gevolg, substitueert, dan
zal men vinden: yYé^* = 10»
dat is 'J^x* = 100,
waaruit men zal vinden x =
en dus voor de zijden 2ar = l'/^^yeo,
3x = 2)^60,
ix = 2V3l?/60.