Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1875
Groningen: J.H. Smit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 198 G 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205267
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
De schepen , die van Indië naar Nederland terugkeeren,
volgen niet juist denzelfden weg. Want de strooming, die
ons oostwaarts dreef, zou dan een erge hinderpaal zijn.
Meer noordwaarts loopt echter een stroom in tegengestelde
richting ; van dezen wordt alsdan gebruik gemaakt. De reis
geschiedt dan op de volgende wijze :
Van de Indische eilanden richt men zich naar de Zuidpunt
van het eiland Ceilon , een Engelsche , vroeger een Neder-
landsche bezitting. Van daar loopt een stroom nagenoeg
zuidwestwaarts om Afrika heen. De schepelingen krijgen
op dien tocht de Kaap de Goede Hoop met haar vooruit-
springende rotsgevaarten, om welke de stormwinden soms
zoo hevig kunnen gieren en loeien , in het gezicht. Men
zeilt dan Afrika om , en blijft veel dichter bij de kusten
van dat werelddeel dan bij de heenreis.
Wij hebben pas vernomen, dat onze reis wel elf of twaalf
weken duren zal, zoo niet nog langer. Indien wij er op
gesteld waren geweest, Indië vroeger te bereiken, dan had-
den wij plaats moeten nemen op een stoomschip, van de
Nederlandsch-Indische Stoomvaart maatschappij bij voorbeeld,
dat door het Kanaal van Suez gaat.
Ziet eens op de kaart naar de plaats, waar de wereld-
deelen Afrika en Azië elkander het dichtst naderen. Ont-
dekt gij daar den naam Suez niet? Voor weinige jaren
zaten daar de beide werelddeelen aan elkander vast, door
middel van een landengte. Die landengte heeft men door-
gegraven , waardoor Afrika een eiland werd. De vaart naar
Indië werd daardoor, zooals gij zien kunt, aanmerkelijk
bekort, want nu kan men den langen tocht om Afrika heen
vermijden.
Waarom wordt dat niet altijd gedaan, vraagt gij? Wel,
dat graven van het Suezkanaal heeft zeer veel geld gekost:
de renten van dat kapitaal moeten geleverd worden in den
vorm van tollen, welke geheven worden van de schepen die
het nieuwe Kanaal passeeren. Wanueer dus een spoedige
overtocht geen vereischte is, dan kiest men, om die groote
onkosten te besparen, den langen weg om de Kaap, zooals
men dat noemt. Wie met een der genoemde stoombooten
meegaat, moet door de straat van Gibraltar de Middelland-