Boekgegevens
Titel: Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Auteur: Los, F.J.
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, 1898
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6177
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205264
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
3. Met welke gelijkenis van Jezus vangt Mattheüs
20 aan?
Met de gelijkenis van de arbeiders in den wijngaard.
4. Wat zeide Jezus naar aanleiding van Salóme's
afgeslagen verzoek ?
„Zoo wie onder u zal willen groot worden, die
zij uw dienaar".
Leertekst Matth. 2Ü : 28; Ps. 5 : 1.
ACHT EN TWINTIGSTE LES.
Bethanlë, «Fcruzaleni en «Verlcho.
1. Wie is de derde en laatste doode, die door
Jezus is opgeivekt?
Lazarus van Bethdnië, de broeder van Maria
en Martha.
2. Wat stond, sinds Lazarus' opstanding, bij de
Farizeën en Kajafas den hoogepriester vast?
Dat het hun nut was, dat één mensch stierf
voor het volk, opdat het geheele volk niet ver-
loren zou gaan.
3. Wat deed de Heiland, toen Hij Jéricho doortrok?
Hij genas den blinden Bartiméüs, en sprak
Zachéüs den overste der tollenaren zalig.
4. Welke gelijkenis sprak Jezus in de Pahnstad uit?
De gelijkenis van de ponden.
Leertekst Joh. 11 : 25; Ps. 146 : 6.
NEGEN EN TWINTIGSTE LES.
Intocht te Jeruzalem en tempelreiniging.
1. Wat geschiedde met Jezus zes dagen vóór het
laatste Paaschfeest, dat Hij op aarde vierde?
Jezus is zes dagen vóór het Paaschfeest door
Maria van Bethanië met kostelijken nardus gezalfd.