Boekgegevens
Titel: Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Auteur: Los, F.J.
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, 1898
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6177
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205264
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
3. Wat sprak Jezus tot de scharen, die Hem
zochten om de spijs die vergaat?
„Werkt om de spijs, die blijft tot in het eeuwige
leven. Ik ben het brood des levens, dat uit den
hemel nedergedaald is. Dit is het werk Gods, dat
gij gelooft in Hem, dien Hij gezonden heeft".
4. Wat antwoordde Simon Petrus op Jezus" vraag,
of de twaalven, gelijk zoo velen, óók niet wilden weggaan?
„Heere! tot wien zullen wij heengaan ? Gij hebt
de woorden des eeuwigen levens".
Leertekst Joh. 6:37; Ps. 34 : 5.
NEGENTIENDE LES.
Galiléa en Feniclë
1. Waardoor maakten de Schriftgeleerden en Fari-
zeërs Gods gebod krachteloos?
Door de inzettingen der ouden, die bij voorbeeld
het brood eten met ongewasschen handen verboden.
2. Welk ander, geestelijk begrip der heiligheid
stelde Jezus tegenover dat der Farizeërs?
„Hetgeen den mond ingaat ontreinigt den mensch
niet, maar hetgeen den mond uitgaat, dat ont-
reinigt den mensch".
3. Welke Heidin beweldadigde Jezus?
Jezus genas de dochter eener Tyro-Fenicische
of Kananeesche vrouw, die deerlijk van den duivel
bezeten was.
4. Waardoor werden talrijke genezingen aan de
zee van Galiléa gevolgd?
Door de spijziging der vier duizend mannen.
Leertekst Matth. 15 : 8; Ps. 27 : 7,