Boekgegevens
Titel: Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Auteur: Los, F.J.
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, 1898
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6177
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205264
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
VIER EN VIJFTIGSTE LES.
Josafat en Jorani.
1. Wie volgde Asa op?
ZijD godvreezende zoon Jósafat, die den dienst
Gods herstelde, de rechtspraak regelde, en den
Filistijnen en Arabieren vrees inboezemde.
2. Wie beroofde Jósafat?
Jósafat beroofde de Moabieten, Ammonieten en
Edomieten, die elkander verdelgd hadden.
3. ^at is Jósafat's zonde?
Dat hij aan zijn zoon Joram Athdlia, de dochter
van Achab, tot vrouw gaf.
4. Op welke wijs strafte God Joram, den broe-
dermoorder, die Juda tot afgoderij dreef?
De Filistijnen en Arabieren beroofden Juda, en
Joram bezweek aan een ingewandsziekte.
Leertekst 2 Kor. 6 : J4j Ps. 141 : 4.
VIJF EN VIJFTIGSTE LES.
Ahazla, Athalla, «foäs en Uzzla.
1. Waarom regeerde Ahdzia zoo korten tijd?
Toen Jehu Joram van Israël doorschoot en het
huis van Achab uitroeide, doodde hij tevens Ahazia.
2. Hoe eindigde de regeering van Athdlia, de
moordenares ?
De kleine Joas werd door zijn tante Joséba zes
jaren verborgen gehouden, en toen door Jójada
den priester tot koning gezalfd.
3. Deed Joas ook na den dood van Jójada, wat
recht was in de oogen des Heeren?
Neen, want hij steenigde diens zoon Zachan'a,