Boekgegevens
Titel: Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Auteur: Los, F.J.
Uitgave: Utrecht: Kemink & zoon, 1898
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6177
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205264
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagboek der bijbelsche geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
2. Wat deed Jakob, toen hij zijn levenseinde
voelde naderen?
Hij deed Jozef zweren, hem in Kanaan te zullen
begraven, en zegende al zijn zonen en twee zijner
kleinzonen, Manasse en Efraïm.
3. Wist Jakob reeds, dat de Heere Christus uit
Juda spruiten zouf
Ja, want hij voorspelde: „De schepter zal van
Juda niet wijken, noch de wetgever van tusschen
zijn voeten, totdat Silo, de rustaanbrenger komt,
en hem zullen de volken gehoorzaam zijn".
4. Hoe stelde Jozef na Jakob's dood zijn broeders
gerust f
Jozef voegde hun toe I Gijlieden wel, gij hebt
kwaad tegen mij gedacht, doch God heeft dat ten
goede gedacht".
Leertekst Hebr. 11 : 22; Ps. 39 : 3.
VEERTIENDE LES.
Job.
1. Wie was Joh?
Job was een godvreezende herdersvorst in het
land Uz, die op één dag van zijn tien kinderen
en al zijn have beroofd werd, en toch lijdzaam bleef.
2 Welke was JoVs tweede beproeving?
Satan sloeg Job met booze zweren, zoodat Job's
vrouw wilde dat hij God verlaten zou, en zijn drie
vrienden zeven dagen sprakeloos waren van smart.
3. Wat hielden Job's vrienden tegenover hem vol?
Eh'faz, Bildad en Zofar meenden, dat Job om
een bijzondere zonde geplaagd werd en haar belij-
den moest, maar Job wist zich enkel schuldig aan
de algemeene zondigheid der menschen.