Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
I:
t"
74
§ 73.
Groote koude van het Z. halfrond in het algemeen , en van de
O. landen in het bijsonder
Over het geheel is het zuidelijk halfrond kouder, d.in het
noordelijke, dewijl de wintL-r van het eerste in de zonsver-
wijdering valt, zoodat raen 60° Z. B. gelijk kan stellen met
70" If. B., alsmede dewijl er in het zuidelijk halfrond zoo veel
minder groote landen liggen. Zoo is Vuurland , hetwelk eene
gelijke geographische breedte heeft met Noord-Duitschland,
even zoo koud als IJsland. Ook de oostelijke streken der vaste
landen zijn in de gematigde en koude zonen kouder, dan de
westelijke, die onder eene gelijke breedte liggen, een ver-
schijnsel , hetwelk zijnen grond in de heerschende winden
heeft, welke in het algemeen eenen grooten invloed op het
klimaat uitoefenen.
§ 74. ■
Meer gematigde warmte en koude der kusten en eilanden.
Alle kust- en eilanden hebben eene meer gematigde warm-
te en koude, dan die streken, welke verder van de zee ver-
wijderd liggen , dewijl de zee hare temperatuur , dat is, den
graad van warmte, dien zij eens heeft, langer behoudt, dan
het land , en aan de lucht mededeelt. Zoo heeft Bergen in
Noorwegen eenen zachteren winter, dan het middelste ge-
deelte van Duitschland, maar ook eene meer vochtige lucht
en veranderlijker weder.
§ 7S.
Invloed van de hooge ligging der landen en van de gebergten
op de luchtgesteldheid.
De hooge ligging van een land, boven de oppervlakte der
zee , vermeerdert de koude en vermindert de hitte grootelijks.
Quito in Peru j digt bij den evenaar, wordt nooit door eene
drukkende hitte geplaagd , daar de vlakte , op welke het ligt,
omtrent driemalen hooger is , dan de Brokken. Ook hooge
bergen hebben eenen sterken invloed. Over het geheel maken