Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
de koude zonen, hebben de winden noeh eenen zekeren
bepaalden tijd, noch houden ze eene stellige rigting, en
zijn tevens in sterkte en verdere gesteldheid zeer verander-
lijk ; — doch komen in de gematigde zonen van gezegde
breedte de meeste uit bet westen, terwijl tegen de polen
de oostevvinden weder beginnen te heerschen. Bij ons hebben
de aequinoetiaalstormen , gelijk ook de koude ooste-, noord-
ooste- , noorde- en noordwestewinden, in Maart en April,
cn in den herfst, nog de meeste regelmatigheid.
§ 71.
Schadelijke winden.
Zeer berucht zijn eenige schadelijke winden, welke hunne
verderfelijke eigenschappen ontleenen van de uitwazemingen
der aarde in die streken, uit welke zij hunnen oorsprong
nemen, of over welke xij heenstrijken. Zoo waait in Italië
de Sirocco, in de woestijnen van Syrië en Arabië deSanium,
in het zuiden van Spanje de Solano , in Egypte de Khamsin,
in Senegambië en Guinea de Harmattan en de Tornado.
§ 72.
Klimaat of bijzondere luchtgesteldheid der landen, en
derzelver oorzaken.
Door de temperatuur of het physisch klimaat der landen
verstaat men de natuurlijke gesteldheid van de lucht en het
weder, naar den gewonen toestand en de meest voorkomende
veranderingen van den dampkring beschouwd.
liet klimaat hangt in het algemeen , wel is waar, van de
geographische breedte af, doch in bet bijzonder ook , en bijna
nog meer , van de ligging der landen , van de hoogte boven
de oppervlakte der zee en de gesteldheid v.^n den bodem,
terwijl ook andere omstandigheden en oorzaken eenen aan-
merkel(jken invloed op hetzelve hebben.