Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
Deze passaatwinden worden aangetroffen in den Grooten
oceaan of de Stille zee, en in den Atlantischen oceaan of
de Aethiopische zee.
§ 68.
Monsoons of Moussons.
In de Indische zee echter zet zich de wind regelmatig en
op gezette tijden om. Tot aan den 10'^®° graad Z. B. waait,
wel is waar, de oostewind daar ook op gelijke wijze, doch
noordwaarts van dezen graad wisselt de wind alle zes maan-
den af, kort na het Aequinoctimn, en is in de maanden,
gedurende welke de zon noordelijke breedte heeft, iian deze
zijde van den evenaar N. Oostelijk, en aan geene zijde Z.
westelijk; in de andere zes maanden is het juist omgekeerd.
Deze winden worden Moussons of Monsoons genoemd, naar
het Maleisehe woord Mussin , hetwelk jaargetijde beteekent.
Op de grenzen der Moussons en bij het omzetten derzelve
hebben meestal windstilten en stormen plaats.
§ 69.
Zee- en landwinden.
Tot de periodieke winden behooren, en wel voornamelijk,
de dagelijksehe zee- en nachtelijke landwinden, welke op alle
kusten der warme landen gevonden worden. Daar namelijk
het land sneller door de zou verwarmd wordt en ook wederom
sneller afkoelt, dan de zee, zoodat deze steeds eene meer
gelijke temperatuur behoudt, waait er altijd tegen den mid-
dag , wanneer het land door de zonnestralen verhit is, een
koel luchtje van de zee naar het land toe; bij nacht daaren-
tegen, wanneer het land kouder geworden is, dan de zee,
begint hetzelfde luchtje, sedert min of meer zoel geworden,
van het land naar zee toe te waaijen.
§ 70.
Veranderlijke winden.
In de binnenlanden der heete zone, en in de gematigde
luchtstreken van 28° breedte af, gelijk ook grootendeels in