Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
doorzigtigc vloeistof, even als met een hulsel omgeven, welke
de dampkring of atmospheer genoemd wordt, en voor het
leven aller schepselen onontbeerlijk is. Dezelve bestaat uit
een mengsel van verschillende luchtsoorten, warmtestof,
electrieke stof, enz., met welke de dampen, die van de
aarde, en in 't bijzonder uit de zee, opstijgen, zich veree-
nigen. — De bestanddeeien der zuivere lucht, welke echter
nergens zoodanig gevonden wordt, zijn eigenlijk '/lo stikgas,
'/jo zuurstofgas, zonder 't welk geen vuur branden, en noch
dier , noch niensch ademen kan , en Vio koolzuur- of water-
stofgas.
§ 61.
Verscheidenheid.
De bijzondere gesteldheid echter van dien luchtkreits hangt
van den bijzonderen aard en de onderlinge verhouding dier
dampen, enz. af, gelijk deze wederom van den toestand der
oorden afhangen, uit welke zij zich opwaarts verheffen. Van
daar is de lucht, op eenen geringen afstand, dikwijls zeer
verschillende. Ook op dezelfde plaats is zij, in de verschil-
lende jaargetijden, veelal zeer onderscheiden, en deswege
dan meer, dan minder gezond.
Hoogte van den dampkring.
Hoe hoog de dampkring zich uitstrekt, is nog onbekend.
Als waarschijnlijk neemt men 9 geogr. m. (of 15 Fransche
mijl.) loodregte hoogtemaat voor denzelven aan. De hoogte
van den dampkring echter, voor zoo verre dezelve zoo veel
zuurstofgas bevat, als tot het ademen noodig is, schijnt niet
veel meer dan ééne geogr. m. te beloopen, en reeds het ver-
blijf op eenen berg, die zich hooger dan 10,000 v. boven
de oppervlakte der zee verheft, verwekt soms zeer onaange-
name liffchaamstoevallen.