Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Onder de warme bronnen zgn bijzonder merkwaardig: Karlsbad,
Töplitz , Wiesbaden , Aken, Warnibron in Silesie , enz. j onder de
andere gezondheidsbronnen : Pyrmont , Baden , Selters , enz. In groot-
te moeien , naar de laatste waarnemingen , de rivieren van Amerika
thans, in het algemeen , voor die van Azie onderdoen j doch de Ama-
zonenstroom en de Missisippi of Missouri staan aan het hoofd van alle
rivieren. Na deze komen die van China en Siberie ; de zesde plaals
neemt de Nijl in, en eerst de negende eene half-Kuropeesche rivier ,
de Wolga j de Ivvaalftle plaaU erlangt eindelijk de geheel Europeesche
Donau.
Fan de Meren,
§
Algemeene gesteldheid.
Vele beken en rivieren vormen meren , doordien derzelver
water in een wijd bekkeii, rondom door min of meer steile
wanden ingesloten, te zamen loopt, zoowel in het vlakke
land, wanneer dezelve landmeren of binnenzeeën, als in
bergachtige streken , wanneer ze bergzeeën of alpineren ge-
noemd worden. Enkele onbeduidende meren nemen noch
wateren op, noch geven ze van zich , vele andere hebben
eene afwatering, doch geen' toevloed, weder andere wel toe-
vloed , maar geene afwatering, nog andere, eindelijk, heb-
ben hunnen oorsprong slechts te danken aan eene door dezelve
heen stroomende rivier, die het bekken des meers eerst vul-
len moest, voor zij verder voortvlieten konde.
Het grootste meer is de Kaspische zee, hetwelk 160 m. lang, 25
tol 60 m. breed, en 6000 v. ro. groot is. Het heeft geene ebbe en
vloed , en deszelfs spiegel is 300 voel lager , dan die van de Zwarte
zee. — Zeer merkwaardig is ook hel Zirknilzer meer in Illyrie, hetwelk
m. lang en V«. tot Va m, breed is. Deszelfs grootte wisselt af,
naarmate het jaar droog of vochtig is , en in het drooge jaargetijde
stroomt het waler , door c. 30 onderaardsche holen , in ongeveer 25
dagen geheel weg, en dan bebouwt men den akker , waar men vroeger
vischte. Tegen den winter vult het zich weder binnen 24 uren. —
Even zoo is het ongeveer gesteld met hel Eir.hnprmeer in het Badensche.