Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
den bovensten loop, en verwijden zieh, waar de val af-
neemt , tot zeer aanzienlijke alpmeren , in welke zich hunne
door sneeuw en gruis troebel gewordene wateren afklaren.
Deze alpmeren duiden den aanvang aan van den middel-
stroomloop , welke zieh door dikwijls zeer uitgestrekte,
trapswijze zich verdiepende landstreken uitbreidt, in welke
de stroomdalen het voorkomen hebben van droog geworden
meerbodems van dikwijls zeer ongelijke hoogte. De overgan-
gen van de hoogere tot de lager gelegene trappen zijn door
engten en belemmerende, midden in den stroom gelegene of
denzelven dwars doorsnijdende rotsblokken onderscheiden,
welke, dikwijls alle scheepvaart verhinderende, draaikolken
en stroomwadden te weeg brengen. Ten gevolge van de
groote hinderpalen , welke hij ontmoet, kronkelt de stroom
in vele bogten of slanglinien fserpertinen) voort, en vormt
menigvuldige eilanden. Beneden de laatste ondiepte, begint
de benedenstroomloop door de lagere landen, in welke de
rivieren, met eenen zeer geringen val , breed, rustig en
rijk aan water, voortstroomen , ten zegen der oeverlanden.
IVatervallen, katarakten.
Door het plotseling neerstorten des waters van aanzien-
lijke, meestal rotsachtige steilten, ontstaan watervallen (ka-
tarakten) en kolken.
De groolste waterval is die der Niagara in Noord-Amerika. Deszelfs
breedte bedraagt 400 v. , en de loodregte hoogte bijna 160 voeten ;
in eene minuut slort hij 672,000 tonnen water naar beneden , het-
welk zich weder 40 v. hoog verheft. Men hoort hem acht mijlen
ver. — De Bogota valt bij Tequendama, niet verre van Santa Fé in
Columbia, 530 v. diep naar beneden, uit de koude oorden, waar
slechls tarwe en garst willen groeijen, in het warme vaderland der
palmen. De Staubbach , in hel bovenland van Bern , valt 925 v. ; de
Rijn, bij Schaf hausen , 75 v., bij eene breedte van 200 v. j de
Velino , bij Terni in den Kerkdijken Slaat , stort zich 200 v. ; de
I.nlen , in Lapland , 400 v. ; de Raukenfossen, in Noorwegen , 246 v.
diep Ier neder.