Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
rigting van het noordwesten naar het zuidoosten voort. In
de koude zonen gaat de strooming weder westwaarts.
De stroomingen zijn in de zeeèngten het meest bemerkbaar, en
dikwijls , dubbel of boven elkander , van eene tegenovergestelde rig-
ting. In de Zond gaat de bovenste stroom naar de Noordzee, de on-
derste naar de Oostzee. Jn de straat van Gibraltar gaat bovenlangs
een stroom in de Middellandsche zee, terwijl echter het water zich
in de diepte uit deze in den Atlantischen Oceaan ontlast» liet water
van de Zwarte zee schijnt door de bekende zeeèngten af te stroomen,
doch verkrijgt, zoo als velen gelooven, door eenen dieperen stroom
weder toevloed.
Een merkwaardig verschijnsel op zee is nog het drijfhout, hetwelk
bijzonder aan de noordelijke zeeën eigen is , en de aan hout arme ei-
landen en kusten omtrent den poolkring , waar het in menigte aan-
drijft , zeer te stade komt. Naar alle waarschijnlijkheid wordt het uit
de onmetelijke bosschen der binnenlanden van Amerika en Sil)erie door
de gezwollene stroomen mede voorlgerukt, naar de zee gevoerd , en
door de stroomingen en winden rondgedreven , lot hel eene kust be-
reikt.
Lijken van een onbekend menschenras , en onbekende Bamboesroe-
ren , door de zeestroomingen naar de Azoren gevoerd , verrieden aan
Columbus hel westelijk gelegene Amerika.
i
§ -45.
Ebbe en Vloed,
De merkwaardigste onder de bewegingen der zee is de
Ebbe en Vloed , dat is , het binnen 24 uren en ongeveer 30
min. tweemaal regelmatig afwisselende stijgen en vallen van
het water. De aantrekkende kracht der zou en der maan
is het, welke de verhefling der zee voor die oorden te weeg
brengt, waar de zon en de maan, met name de laatste, door
den meridiaan gaan, doordien het water , die aantrekkings-
kracht volgende, zich aldaar verheft, en dus vloed veroor-
zaakt, terwijl het daardoor op andere plaatsen afloopt, zakt,
an dus ebbe doet ontstaan. Op de dagen der nieuwe en volle
maan, wanneer de kracht der beide hemelligehamen gemeen-
sclAppelijk op hetzelfde punt der aardoppervlakte werkt,
is de vloed natuurlijk het sterkste. Het onderscheid van den