Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
lende schip, of eindelijk schijnt wel de geheele zee in vuuf
en vlam te staan. Het eerste wordt veroorzaakt door lich-
tende zeewormen ; het tweede lichten is waarschijnlijk het
gevolg van de schuring van het schip, hetwelk ijzer, pik,
enz, aan zich heeft, in het water, waardoor electrieke stof-
fen ontbranden ; de laatste glansrijke verlichting onstaat doof
de ontvlamming van phosphorus, uit verrotte dierlijke lig-
chamen ontwikkeld.
80, Bewegingen der zee,
§
Algemeene oorzaken.
Door de beweging der aarde om hare as, door de winden
en de aantrekkingskracht der zon en maan worden onder-
scheidene bewegingen der zee te weeg gebragt.
§
Golving,
De golving der zee ontstaat door de drukking van den
wind op enkele deelen van de oppervlakte des waters, waar-
door het evenwigt van hetzelve opgeheven wordt; zij duurt
ook eenigen tijd na het ophouden van eenen storm, door
Welke de zee in eene geweldige beweging gebragt is, met
hevigheid voort, als wanneer de golven heeten hoog te gaan ,
en men gewoon is van eene holle zee te spreken.
'Ook do hevigste storm woelt de zee slechts 15 v. diep op. In de
Middellandsche zee stijgen de golven tot 8 , in de Bothnische golf tot
10 v. hoogte. De grootste hoogte van den golfslag is over het geheel c.
12 v. boven den gewonen stand des waters, hetwelk , met de 12 v. diepte
Van het golfdal, te zamen 24 v. maakt. Op eene diepte van 90 v. is
de zee ook in den sterksten storm stil en rustig. Wanneer de golven
echter tegen rotsen of klippen aanslaan , ontstaan tusschen beiden ga*
pinden van 100 tot 200 v. diepte.
i