Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
5S
Deswege biedt hel zeewater sterkeren tegenstand aan do op helielve
drijvende voorwerpen , zwemt men gemakkelijker in de zee, dan in de
tandwateren , en belzelfje schip snijdt dieper in land- , dan in zee-
water , zoodat de zeeschepen sterker kunnen geladen worden , dan
binnenschepen,
§ S9.
Temperatuur van het zeewater.
Ten gevolge van de vele zoutdeelen, welke hetzelve be-
vat , bevriest het zeewater slechts in de grootste koude.
Eigenlijk bevriezen kan slechts het zoutelooze water, wes-
wege het ijs, gesmolten zijnde, grootendeels zoet water geeft.
De zee bevriest moeijelijker, naarmate het water meer zout-
deelen bevat, doch tevens naarmate hare beweging sterker
en hare verwijdering van het vastland grooter is. Eerst
ontstaan, bij het afscheiden der zoutdeelen, kleinere, dau
grootere massa's , welke zich vervolgens tot eene zamenhan-
gende korst vastzetten, waaruit ten laatste onbewegelijke
ijsvelden ontstaan, en van deze, door opeenstapeling der bij
stormen losgeraakte ijsschotsen, geweldige ijsbergen. Los-
gescheurde stukken, drijfijs, komen soms tot diep in de ge-
matigde zonen afzakken. In het algemeen blijft zich de
temperatuur van het zeewater, zelfs op meerdere duizend
mijlen, tamelijk gelijk; zij is aan de oppervlakte iets lager,
dan die der lucht, met welke zij in aanraking staat, en
neemt naar de diepte toe af: dat is, de koude neemt met
de diepte toe. Binnen de keerkringen verandert dezelve,
het geheele jaar door, bijna niet; ook maken dag en nacht
aldaar geen onderscheid. Boven de N.B, is de bestendig-
heid geringer. De jaargetijden hebben slechts invloed tot
800 V. diepte.
§ -40.
Het lichten der zee {zeebrand).
Dikwijls ziet men het op zee des nachts, als sterren of
bliksems, lichten , hetzij op de vlakte des waters, hetzij in
de diepte, of een vurige streep volgt het spoor van het zei-