Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
o4
regen kan de zoutgehalte aan de oppervlakte verminderd,
en daarentegen , doordien op eene plaats veel Tang groeit,
waaraan het zout ligter kristalliseert, aldaar soms zeer sterk
vermeerderd worden.
De zoutgehalte bedraagt aan de kusten van Noorwegen van Vi« tot
Vt Tan het gewigt des waters , bij IJsland van Via tot Vio', bij Malla
, aan de westkust van Frankrijk Vsi (dat is , een (oud) pond wa-
ter bevat l lood zout) , in de Bothnische golf van Vso tot De En-
gelschman Irwing onïving 4000 pond sterling als premie , omdat hg
eene nieuwe methode opgaf, om op de schepen, met gebruik van
slechls weinig brandstof, uit zeewater door distilleren drinkbaar zoet
water Ie winnen. — Zoutwinningen , zoulkeeten. — Niettegenstaande
dc vele bestanddeeien zout , gaat het zeewater ligt tol verrotting over.
§ 38.
Digiheid en zwaarte van het zeewater.
Met de zoutgehalte van het zeewater staat in een naanw
verband deszelfs digtheid , welke grooter is, dan die van het
zoete water. Overigens ia het zeewater zijne digtheid ver-
schuldigd aan de vermenging met verdikkende bestanddeeien.
Daar het minder aardachtige deelen bevat, is het helderder
cn (loorzigtiger, dan het water der stroomen, doch digter,
dan dat der meren. De digtheid , welke met de diepte toe-
neemt, is in de onderscheidene vrije zeeën en diepten tame-
lijk gelijk, onder den evenaar evenwel grooter, dan in de
hoogere breedten; in het noordelijk halfrond iets grooter,
dan in het zuidelijk, waar de oceaan steeds eene groote me-
nigte vaste en zware stoffen tot de koraalvorming bevat. —
Met de digtheid hangt wederom naauw te zamen de zwaarte
van het water, welke noordelijk en zuidelijk van den even-
aar niet veel verschilt, maar toch door de breedte (niet door
de lengte) eenigzins gewijzigd wordt; het gewigt van het
water in beslotene zeeën is geringer, dan dat der opene zee.
Zeewater is zwaarder, dan regenwater Wanneer de kub.
voet regenwater 65 pond weegt , dan weegt de kub. voet
zeewater 72 ponden.