Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
Lord Mulgrave in de Noordelijke IJszee eene diepte van 4680 v. ; Ross
in de Baffinsbaai van 6420 voeten. Dampier stelde als regel vast: hoe
hooger de kuslen , des te dieper de zee. Diepte en bodem der zee onder-
zochten duikers, in 't bijzonder parel- en koraalvisschers, en men vond
daartoe de duikersklokken uit. Beroemd is die van Halley, met welke
deze eens iVa uren onder het water doorbragt. Door lederen pijpen
vernieuwt men de lucht , en een venster , boven de klok , verlicht
deze , bij eene stille zee ; anders brandt men licht. — De drukking
van het zeewater in dc diepte is zoo sterk , dal zij b, v. de kurken
in de vlesschen inperst.

Van het zeewater.
§ 23.
Stand van het zeeirater.
De zee beeft door de landwateren steeds eenen aanzienlij-
ken toevloed. Echter staat de zee, als vloeibaar ligchaara,
overal even hoog, en het is slechts aan toevallige omstan-
digheden toe te schrijven, wanneer enkele zeeën hooger dan
andere zijn. Zelfs schijnt de zee door de uitdamping weder
zooveel waler te verliezen , dat de stand van het water , in
het algemeen , meer af- dan toeneemt.
Naar de 75 cubieke mijlen water , welke der zee jaarlijks loestroo-
men , vond men bij begrooting, (ot aanvulling van de zeeruimte,
ongeveer 812 jaren noodig.
Terwijl de zee op sommige plaatsen inbreuken in het land
heeft gemaakt (Zuiderzee, Dollert) , heeft zij op andere stre-
ken dikwijls land aangespoeld (polders).
§ 26.
Kleur van het Zeewater,
De kleur van het zeewater is gewoonlijk groenachtig, doch
in sommige streken ook wel blaauw, donker groen, grijs,
zwart- of witachtig, enz,, welke kleuren hetzelve van ge-
wassen , wormen , den weerschijn der wolken of de gesteld-
heid des bodems aanneemt. Naar dezelve hebben eenige