Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
M
§ 29.
Aangespoelde gebergten.
De aangespoclfio gebergten , welke slechts als bezinksel,
uit overstronmingen achtergebleven, te beschouwen zijn , be-
staan uit puin van andere oudere bergsoorten, uit mergel,
leem , gips, turf en zand , in welke slechts versteeningen van
plant- en diergeslachten gevonden worden , weike nog beslaan.
Dezelve vormden zich waarschijnlijk eerst, toen de aarde
reeds mot groote landdieren bevolkt was, bij eenen grooten
watervloed , waardoor men soms geheele bosschen , door de
kracht des waters omvergeworpen, tevens met de overblijf-
selen dier groote landdieren, in dezelve bedolven vindt,
terwijl z(j in vele oorden sterk met zout doordrongen zijn.
§
Vulkanische gebergten.
Eene bijzondere opmerking verdienen nog de vulkanen of
vuurspuwende bergen. Dezelve hebben gewoonlijk eene ke-
gelvormige gestalte , en eene opening of eenen mond , krater
genaamd, meestal in hunne kruin, welke, min of meer rond ,
inwendig de vorm van oenen trechter heeft, en als de
schoorsteen des vulkaans kan beschouwd worden. Uit deze
kraters braken de vulkanen, van tijd tot tijd, groote massa's
brandende harde stoffen en gansche stroomen van gcsmoltene
vloeistoffen, lava genaamd, welke soms aanzienlijke streken
lands overstrooraen en verwoesten. De vulkanen zijn van
de meest verschillende grootte; men vindt zo van 600 tot
18,000 V. hoog. Ofschoon er ook thans nog een aanzienlijk
getal werkzame vulkanen over de geheele aarde verstrooid
is, komt hetzelve echter in geene aanmerking tegen de ontel-
bare menigte uitgebrande vulkanen , van welker werkzaam-
heden de geheugenis den ouderdom der geschiedenis te boven
gaat. De nog brandende vulkanen liggen meest afgezonderd,
op eilanden of in de nabijheid der zee; vroeger lagen dezel-
ve veelal in geheele rijen te zamen, welke, thans uitge-
brand , zich als enkele kegels , vooral uit den bodem der zee,