Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
ginne de onderste massa der aardkorst uit, doch later tot
borgen omhoog geheven, vormen zij thans, als de hardste en
digste steensoort, de kern der hoofdgebergten. Zij bestaan
voornamelijk uit graniet en glimmer. Het graniet, hetwelk
uit een digt zaamgewassen mengsel van veldspaath , kwarts
en glimmer bestaat, loopt ook onder het vlakke land door,
blijft steeds van alle steensoorten de onderste laag, en vormt
waarschijnlijk een zamenhangend gewelf, rondom den gan-
scheii aarbol heen. Het vertoont volstrekt geene sporen van
versteeningen of afdrukselen van bewerktuigde ligchamen, is
dus ouder dan het dieren- en plantenrijk , en tevens de oud-
ste van allo steensoorten.
§ 27.
Overgangsgebergten.
De overgangsgebergten, hoofdzakelijk uit kalk en gips be-
staande , bevatten de meeste metalen, alsmede enkele ver-
steeningen of afdruksels van planten en dieren , daar zij zich
eerst op de stamgebergten legerden , toen de aarde reeds met
planten en dieren bedekt was. Ook deze massa's zijn met de
oorspronkelijke bergen omhoog geheven , van waar hare la-
gen niet plat of waterpas , maar gewoonlijk min of meer hel-
lende gelegen zijn ; deels bedekken zij nog het stamgeberg-
te, deels is dit door hen heengedrongen en vormt de kruinen
der gebergten, terwijl de overgangsmassa's dieper aan de zij-
den zich vertoonen. Uit die verheffing laat het zich verkla-
ren , dat men op deze hooge gebergten soms overblijfselen
van zeedieren vindt.
§ 28.
Vlotgebergten.
De vlotgebergten bestaan voornamelijk uit lagen zand en
kalksteen, en bevatten weinig of geene met.alen; zij zijn
daarentegen rijk aan steenkolen, steenzoutlagen en verstee-
ningen van ondergegane plant- en diergeslachten. Uitwendig
vertoonen dezelve zachtere , meer algeronde bergvormen , ter-
wijl zij zich nooit zoo hoog verliefl'en als de stamgebergten.