Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
Jcel« door hel waler , deels door aardbevingen , deels door het inzin-
ken der lossere deelen, deels ook door onderaardsch vuur ontslaan.
Zij bestaan of uit gangen , van welke soms verscheidene in elkander
loopen, of uit eene of meerdere achter of onder elkander liggende
grotten , terwijl zij meestal eene hellende rigting hebben , eenige ech-
ter ook regtstandig, somlijds tot eene diepte van meer dan 1000 voe-
ten , andere weder vele mylen ver zich uitstrekken
§ 28.
Vorming der bergen , en verdeeling derzelve naar hunne
bestanddeelen.
Ofschoon men niet stellig de wijze vermag op te geven,
op welke zich de bergen gevormd hebben, toont toch de ge-
steldheid van de bijzondere lagen den verschillenden ouder-
dom derzelve genoegzaam aan, om in de vorming der geberg-
ten zekere tijdperken te kunnen aannemen , terwijl men te-
vens , naar den bijzonderen aard harer bestanddeelen, vrij
stellig tot de oorzaken van hun ontstaan kan besluiten.
De gebergten zijn hunnen oorsprong verschuldigd, deels aan
de oplossing en nederplolfing van de oppervlakte der aarde ,
welke , waarschijnlijk slechts de korst van eene misschien ook
thans nog gloeijende kern, door de werkingen van het in-
wendige vuur en de gasontvvikkeling van hetzelve omhoog
geheven , geborsten en gedeeltelijk weder ingezakt schijnt,
deels aan meerdere, in verschillende tijdperken op eikander
gevolgde watervloeden of overstroomingen , van welke talrij-
ke overblijfselen van versteende voortbrengselen der zee, op
en in de gebergten , getuigenis afleggen. Naar de verschil-
lende tijden cn wijzen, waarop de bergen onfslonden, zijn
derzelver bestanddeelen zeer onderscheiden, en naar deze
wederom verdeelt men de bergen zelve in oorspronkelijke of
stamgebergten, in overgangsgebergten, in vlolgebergten en
in aangespoelde gebergten, waarbij nog komen de vulkani-
sche bergen.
§ 26.
Oorspronkelijke of stamgebergten.
De oorspronkelijke of stamgebergten maakten in den be-