Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
te met dennewoudon, op geringere met loofrgk geboomte
bedekt, of de hellingen leveren voortreffelijke Alpenweiden op,
in welk geval de veefokkerij de hoofdbezigheid der bewoners
uitmaakt. Akkerbouw kan slechts hier en daar, op de lage-
re hoogten , en in de valleijen der voorgebergten uitgeoefend
worden.

'f
k

Inwendige bouworde der bergen.
Wat de inwendige bouworde der bergen betreft, zijn de
meesten uit onderscheidene lagen te zamen gesteld, dat is,
uit eene menigte, min of meer dikke, aan elkander even-
wijdige mineralen , die, in lengte en breedte uitgestrekt,
hetzij, horizontaal of plat, over elkander heen liggen , hetzij,
naar den horizon hellende , eene schuinsche rigting hebben ,
hetzij regtstandig, als het ware, op hunne zijden staan. De
onderscheidene lagen der bergen zijn meestal door evenwij-
dige en wijduitgestrekte spleten, even als de bladen van een
boek , in bijzondere platen gescheiden.
De gebergten vertoonen zich echter inwendig ook wel in
zuil- of kogelvormige massa's afgezonderd. Door zuilvormi-
ge massa's verstaat men die, welke het gebergte, als kolom-
men , in eene zelfde rigting bestendig doorsnijden , zoo als
b. V. de bazalt in Saksen ; onder kogelvormige massa's daar-
entegen die, welker mineralen in den vorm van kogels
voorkomen, zoo als de graniet, enz. Zelden slechts be-
staan de bergen uit eene geheele en onverdeelde steen-
massa.
Als voorbeclJen van de zuilvormige bouworde strekken vooral de ba-
zaltzuilcn van den Reuzendam in Ierland, cn het Fingalshol op het ei-
land Statfa, een der Ilebriden , ten westen van Schotland.
Die ligchamen van dieren of planten , welke , van steensoorten om-
geven en van minerale sloffen geheel doordrongen , dikwijls in de ber-
gen gevonden worden, heelen versleeningcn (pelrefaclen). Bij dezelve
z^n de minerale bestanddeeien in de poriën der beenderen of der plan-
ten gewoonlijk zoo zeer ingetrokken , dal van de oorspronkelijke stof
niels dan de uiterlijke gestalte is overgebleven.
De holen , welke men zoo dikwfll» in de gebergten aantreft, i^n