Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
gras, gtnds met weelderige bosschen, elders weder met an-
dere voorwerpen uit het plantenrijk bedekt.
De merkwaardigste vlakten zijn, in dit opzigt , die van Amerika
langa den Missisippi , den Warannon en den La Plalaslroom , welke uit
eene zoo vruchtbare en zuivere aarde bestaan, dat men in sommige
streken in het geheel niet weel, wat een steen is.
§
Lage y vochtige^ onvruchtbare vlakten.
Andere oorden zijn in onderscheidene mate met stilstaand
water doordrongen , en daardoor voor den wasdom min of meer
ongunstig, zoo als broek- of geestland, de moerassen en de
moergronden, dikwijls de voorraadschuren van onschatbare
turfveenen. — Van sommige, hooger gelegene streken be-
staat de grond ook dikwijls uit darrie of hoogveen , hetwelk,
bij vroegere overstrooniingen, aldaar schijnt opgespoeld en
zitten gebleven te zijn.
De turfveenen ontstaan in lage streken , waar zich veel vochtigheid
verzamelt, door het allengskens vergaan , herkiemen , en weder bij her-
haling verrotten van de vegetatie of het plantendom , zoodat dezelve
zich steeds voortgaande vormen , en soms eene bijna onpeilbare diepte
hebben. Men heeft zeer dikwijls in dezelve geheeïe neergevelde bos-
schen , en zelfs half vergane schepen gevonden , ten bewijze , dat zg
vroeger vaste grond , of bevaarbaar water geweest zijn. Wen vindt
dezelve zeer veel in onze en de naburige streken.
Wanneer- op de oppervlakte van moerassen zich , uit de wortelen der
planten , die dezelve bedekken , een net vormt, zoodat er eene soort
van vasie korst wortft zamengeylochten , dan ontslaan de zoogenaamde
zwevende veenen , onder welker groenende bedekking zich water of slijk
bevindt, en die, door sterken regen opgeheven en door hevige winden
losgerukt, soms, als zwen^mende eilanden , op hel water ronddrijven.
5 13.
Zandwoestijnen,
Vele uitgestrekte vlakten zijn, bij groot gebrek aan water,
met zwaar los zand bedekt, of ook wel met ontelbare kale
steenen als be?*trooid ; dezelve worden gewoonlyk zandwoee»-