Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
§ 3.
Oorzaken der veranderingen , aan welke de aarde nog steeds
onderworpen is.
Ook thans nog oefent het inwendig vuur der aarde zijnen
invloed op den toestand en vorming van derzelver oppervlakte
uit, naardien het door aardbevingen , of opheffing en neder-
ploffing van den bodem , hare gedaante verandert, gelijk mede
door vulk.inen of vuurspuwende bergen, welke, met hunne
bijzondere voortbrengselen, de lava, het bazalt, den mandel-
en puimsteen, dan geheele streken vernielen, dan nieuwe
oorden ter bewoning, vooral uit de zee, te voorschijn doen
treden. — Minder hevig en geweldig, doch meer bestendig
en daardoor meer aanmerkelijk , is nog steeds de werking
van het water, hetwelk bij aanhoudendheid voortgaat, door
af- en aanspoeling, soms ook wel door geweldige overstroo-
mingen , de gestalte der landen te veranderen.
§
Bijzondere deelen der aarde , beschouwd in de algemeene eigen-
schappen haver natuurlijke gesteldheid.
üe geheele oppervlakte der aardn, zoo als dezelve thans
gesteld is, bestaat eigenlijk uit eene bestendige afwisseling van
hoogten en laagten, van bergen en dalen , doch verre het
grootste gedeelte van alle deze dalen' is met water gevuld,
terwijl slechts een bij vergelijking klein deel vaste stoffen of
land boven het water uitsteekt , hetwelk , in het algemeen ,
de zee of oceaan genoemd wordt.
Tevens is de aarde rondom met lucht, eene veerkrachtige,
doorzigtige vloeistof, even als met een hulsel omgeven , welke
de dampkring of atmospheer genoemd wordt, en die voor
het leven der schepselen onontbeerlijk is. — Een wezenlijk en
zeer opmerkenswaardig bestanddeel der aarde maken derzelver
voortbrengselen uit, welke of in hare diepten verborgen lig-
gen , of op hare oppervlakte zich vertoonen, hetzij ze door
de vvet der natuur aan hunne plaats gebonden zijn , hetzij ze,
hooger begunstigd, te lande of in de wateren leven en zich