Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
reUl, die door eene omwenteling vernietigd, en begraven werd inliet
binnenste der aardlioogten , welke naderhand de nieuwe oppervlakte
der aarde vormden , liet ontelbare overblijfselen na, die nog, als be-
wijzen van de verbazende grootteen den bevreemdenden vorm der Ijc-
werkluigde ligchamen dier vroegere wereld, voorhanden zijn. Zij ge-
tuigen van eenen verledenen tijd, toen zij, even als wij thans, leefden
en de oppervlakte der aarde bewoonden ; zij zeggen ons echJer niels
van de bijzondere gebeurtenis , welke hen zoo diep onder dezelve be-
groef. Zij komen , in dit opzigt , overeen met de overblijfselen der
bouwkunst uit de oudheid, welke men in Azie en in Amerika gevon-
den heeft, en die uit eenen leeftijd afstammen , welks geheugenisver-
dwenen was, eer onze geschiedenis begon , terwijl juist de onmogelijk-
heid iels van hun ontstaan gewaar te worden , l>ij ieder, die zich met
hun onderzoek bezighoudt, de lust verhoogt, hunnen oorsprong na
te vorschen en op te sporen. Hetzelfde toch is juist het geval met dio
wetenschap , welke ons eene grondige en naauwkeurige kennis tracht
te verschaffen van de veranderingen, welke de aardein vroegere tgden
ondergaan heeft , en van de oorzaken , welke die veranderingen hebben
te weeg gebragt, en welke gewoonlijk Geologie genoemd wordt. Het
isechter genoegzaam zeker, dal de laatstelijk vernietigdebewerktuigde
ligchamen in de bovenste schicht der aarde begraven liggen , en de an-
dere , in verhouding van hunnen ouderdom, onder elkander, ieder
geslacht in zijne lage met bijzondere en eigenaardige hoedanigheden.
De eerste en oudste dier schepselen , dat is , die , welke het diepste
in de aarde begraven liggen , blyken geheel onderscheiden geweest te
zijn van die , welke thans leven, en toonen , dal de toestand van on-
zen aardbol in den lijd, dat zij leefden, van den tegenwoordigen ge-
heel verschillend geweest is. Men is het verder ook daarover eens , dat
de aarde, voor de eerste omwenteling, welke zij ondergaan heeft , niet
slechts woest en onbewoond was, maar dat dezelve ook geheel cn al
eene vloeibare massa uitmaakte , welke vervolgens eerst allengskens
verslijfde. De sphaeroidische , dat is , de aan de polen afgeplatte ge-
daante onzer aarde is daarvan een voldoend bewijs , en wij behoeven
den inwendigen bouw van vele bergen slechts met eenige opmerkzaam-
heid te beschouwen , om ten duidelijkste te zien , dal de massa , uit
welke dezelve bestaan, in beweging vfas , toen zij begon leverslijven ,
en dat zij verhardde , voordat hare bijzondere deelen zich behoorlek
konden ordenen. Bij de vraag, hoedanig eigenlijk die vloeibare toe-
stand der aarde geweest zg , en door welke oorzaken en op welke wij-
ze derzelver verstijving hebbe plaatsgehad, verdeelen zich de gevoelens.
Hoe en waardoor de aarde ontslaan is , blijfl geheel en al slechts eene
gissing. Geogenie.