Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
thafiK schijnbaar geheel ongegronde , vcrdeeling van het etmaal en 2
X 12 uren ontstaan.
De uren worden bij verkorting gewoonlijk door eene h (hora) ,
de minuten door eene koKima (') , de seconden door twee (") , en de
tertien door drie kommata ('") aangeduid.
Ziet hier een overzigt van de onderlinge verhouding dezer verdeeling:
Dag. Uren. Blinnlen. Sekonden. Tertien.
1 24 1440 86,400 5,185,000
1 60 3,600 86,400
60
1
3,600
60
Daar liet echter lastig was, eene groote tijdruimte met ee-
nen zoo kleinen maatstaf, als het etmaal is, uit te meten,
heeft men tevens grootere tijdperken aangenomen, welke,
bij opklimming, in eene gekegelde orde steeds de kleinere in
zicli bevatten.
Zoo heeft mén verder, in de eerste plaats, de week aan-
genomen , bestaande uit zeven dagen, oorspronkelijk niet
slechts bij de Joden en bijna in het geheele oosten, maar
zelfs bij de Peruanen in gebruik, waarschijnlijk naar de,
ongeveer alle zeven dagen voorvallende, lichtverwisselingen
der maan.
Oorsprong van de namen der dagen.
Voorts heeft men tevens de tijdruimte, in welke de maan
haren weg om de aarde aflegt, en wel zoo, dat zij juist in
haren vorigen stand tot de zon is terug gekeerd , als tijdmaat
ingevoerd, en met den naam van maand bestempeld , welke ,
naar de vier gedaanteverwisselingen der maan, die in dezelve
voorvallen, natuurlijkerwijze weder in vier weken verdeeld is.
Onderscheid tusschen de periodische en de synodische maand, eii
oorzaak van dat onderscheid.
Oorsprong van de namen der maanden.
Als meest algemeenen maatstaf eindelijk voor de bere-
kening des tijds, heeft men het jaar aangenomen, met weikeu
naam de tijdruimte aangeduid wordt, welke de aarde noodig