Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
op den aardbol bescliroven worden. Zij dienen, om die bei-
de,_ tegen elkander overstaande, vlakten in te sluiten , van
welke , ten gevolge van den schuinselien stand d'ar aardspil
op het vl;\k der cnliptica, bij afwisseling, de eene in besten-
digen nacht en winter verkeert, terwijl de andere bestendig
dag en zomer heeft: of wel, om die punten aan te duiden,
onder welke, op den kortsten dag, de zon gedurende2-4uren
in het geheel niet boven den horizon verschijnt, en op den
längsten dag, gedurende denzelfden tijd, in het geheel niet
ondergaat, zoo dat het eens in het jaar eigenlijk volstrekt
geen dag, cn eens volstrekt geen nacht is, terwijl binnen de-
zelve de lengte van den dag of nacht nooit korter is dan 24
uren, maar naar de polen toe steeds meer en meer toeneemt.
I)ie lijn of cirkel eindelijk, welke, in eene schuinsche rig-
ting rondom den aardbol heenloopende, den evenaar, onder
eenen hoek van 23Vj°, tweemalen snijdt, en dus, in twee te-
gen elkander overstaande punten, de beide keerkringen raakt,
wordt de zonneweg (of ecliptica) genoemd , omdat zij de baan
aanduidt, weite door de zon, in hare schijnbare beweging
rondom den aardbol, op dezen, als het ware, beschreven
wordt, of liever , de verschillende punten aanwijst, met welke
de aarde, gedurende haren loop om de zon, bij afwisseling
naar deze gerigt staat. Dezelve wordt ecliptica genoemd, om-
dat de zons- en maansverduisteringen steeds in het vlak van
dezen cirkel voorvallen. De punten , in welke de ecliptica
den evenaar snijdt, worden, naar aanleiding der daarmede
verzeld gaande verschijnselen , evennaehts- of aequinoctia.il-
punten genoemd, en die, waar de ecliptica de keerkringen
raakt, de zonnekeer-, zonnestilstands- of solstitiaalp'inten.
Over de geographische lengte en breedte.
Drie van deze lijnen dienen , in het hijzonder, lot de bere-
kening van de zoogenaamde geographische lengte en breedte,
of tot de naauwkeurige vaststelling cn aanduiding van de juiste
ligging der enkele plaatsen op onzen aardbol.
Door geogr. breedte verstaat men den afstand eener plaat»
ten noorden of zuiden van den evenaar, gemeten door den