Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
22

glüben en kaarten geteekend. Wij aoiiten het ......IzaUelijk
hier eene korte opheldering van dit een en ander te geven.
De as der aarde is die lijn, welke wij ons voorstellen,
dat midden door dezelve heenloopt, en om welke zij gedacht
wordt, even als om eene spil, zich rond te draaijcn. — De
beide uiterste punten dezer as worden de polen genoemd, van
welke de eene, die steeds naar de noord- of poolster gerigt
is, de noord-, de andere de zuidpool genoemd wordt.
De evenaar [aequator) is die kring , welke men zich, mid-
den tusschen de beide polen , van beide overal even ver af-
staande, rondom de aarde getrokken voorstelt , en welke
den aardbol in twee gelijke helftcB [hemisphaeren), of in het
noordelijk en zuidelijk lialfrond verdeelt; waarvan die cirkel
dan ook zijnen naam ontleend heeft. Dezelve heet insgelijks
evennachtslijn , omdat, wanneer de zon den evenaar snijdt,
dag en nacht overal even lang zijn; ook wordt dezelve veelal,
bij uitsluitendheid, kortaf de linie genoemd, als de gewigtig-
ste van alle , of althans die , welke in het dagelij.ksch gebruik
bet meest voorkomt. ■— Gelijk iederen cirkel , verdeelt men
ook den evenaar in 360 gelijke deelen of graden , den graad
verder in 60 minuten, de minuut in 60 seconden, en de se-
conde eindelijk in 60 terlien; welke graden, enz. men, van
den eersten meridiaan af, meestal in eens door, van het wes-
ten naar het oosten voortgaande, rondom den geheelen aardbol
pleegt te tellen.
Paralelkringen of evenwijdige lijnen worden die cirkels ge-
noemd, welke noord- en zuidwaarts van den evenaar, telkens
op eenen gelijken afstand , paralel of evenwijdigmet denzelven
en onder elkander, rondom den aardbol heen loopen, insge-
lijks in 360° enz. verdeeld. Derzelver grootte neemt dus,
ter wederzijde van den evenaar, naar de ]»oIen toe gelijker-
wijze af, zoodat met iederen paralelkring , op de eene zijde,
eene even groote, op de andere zijde, juist op denzelfden
afstand van de polen en van den evenaar , overeenkomt.
Meridianen of middaglijnon zijn die kringen, welke, door
de beide polen heengaande, rondom de aarde beschreven
worden , cn dezelve in twee gelijke deelen , een oostelijk en