Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
373
zich te verzamelen. Groenland , waarschijnlijk ook een ei-
land, door de N. IJszee, den Atlantischen oceaan, de straat
Davids en de Baffinsbaai omgeven, wordt gerekend c. 20.000
V. ra. groot te zijn. Hetzelve werd het eerst in 981 door de
Noormannen ontdekt, en had in de vijftiende eeuw nog eene
vrij sterke bevolking; thans kan men die echter op niet
meer dan c. 1000 inboorlingen schatten , die voornamelijk
de W. kusten bewonen, geheel ruwe Eskimoos zijn, en van
dc jagt en visscherij leven. Buitendien worden er echter
verscheiden volkplantingen der Denen gevonden , aan welko
deswege het geheele land gerekend wordt to behooren,
met name, Julianeshaab, Christianshaab, enz., gezamenlijk
c. 300 V. m. groot, met e. 6000 inwoners. Ook zijn hier
nog eenige volkplantingen door Hernhutters «langelegd , als
Nieuw-Hernhut, Lichtenau, enz. — De verdere, N. W.
Poollanden zijn genoegzaam geheel en al onbekend, en slechts
ten deele door zeer weinige Eskimoos bevolkt. Men noemt
hier echter Noord-Devon, de N. Georgs-^ilanden, Banksland,
Melvilles-eiland , Noord-Soramersset, enz. , en brengt zo tot
de Engelsche bezittingen.
RDSSISCH «. AMERIKA.
(c. 210'—2-46' L. en 8-4°—72 N. B.)
De meest W. landen van N. Amerika, c. 2-4,000 v. m.
groot, met c. 50,000 inwoners, worden gerekend tot de
Russische bezittingen te behooren. Dezelve worden bewoond
door verscheiden cijnsbare woeste volken , als de Tschukt-
schen , de Kalpusehen , de Kiteguen , de Kalparrcn , enz. ,
die voornamelijk van de jagt en de visscherij leven.
DE LAUDEN DER VRIJE IKDIANEN.
(c. 233°—283" L. en 47°—86° N. B.)
Hieronder verstaat men de binnenlanden van het N. ge-
deelte van Noord-Amerika. Hunne uitgestrektheid bedraagt
c. 100,000 V. m. , doch het getal der bevolking nog slecht»
c. 400,000 hoofden. Deze inwoners. Indianen genoemd, zijn
ten dccio nomaden, doch leven , ofschoon de landbouw ge-