Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
dat het sterker door de zon besclieiien wordt, dat is, waarop
derzelver stralen jcieer regtstandig nedervallen, alsdan, in
vergelijking met den overigen tijd des jaars , langere dagen
en grootere warmte, of zomer; en daarentegen voor dat ge-
deelte, hetwelk van de zon afgewend is, kortere dagen en
grootere koude, of winter; en als overgangen, van dezen
tot genen, de lente of het voorjaar, en, van genen wederom
tot dezen, de herfst of het najaar : met korte woorden , de
vier jaargetijden, welke voor iedere plaats der aarde in elk
jaar steeds geregeld afwisselen.
De eigenlijke stand nu der aarde zelve, gedurende hare
jaarlijksehe beweging om de zon, Avaardoor alle die verschijn-
selen te weeg gebragt worden, is deze. Op den 21 Maart,
wanneer de aarde in het teeken van de Weegschaal (=0=)
staat, terwijl de zon ons toeschijnt te staan in het teeken
van den Rara (V), neigt zich de aardspil volstrekt op geene
zijde naar de zon, en de naar de zon gekeerde zijde is, van
de noord- tot de zuidpool, geheel en al verlicht. Op den
21 Junij , wanneer de aarde in het teeken van den Steenbok
('"•jo) staat, terwijl de zon ons toeschijnt te staan in het teeken
van den Kreeft (SS), is de noordpool naar de zon toegekeerd,
en de zuidpool van dezelve afgewend , in zooverre , dat de
zonnestralen loodregt op den noorderkeerkring vallen, en
zelfs de geheele noordpoolstreek door do zon besehenen wordt,
terwijl daarentegen de zuidpoolstreck geheel in het duister
ligt. Op den 23 September, wanneer de aarde in het teeken
van den Ram (Y') staat, terwijl de zon ons toeschijnt te staan
in het teeken van de Weegschaal (=0=), wordt wederom de
naar de zon toegekeerde zijde der aarde, van de eene pool
tot de andere, geheel en al verlicht; de zonnestralen vallen
loodregt op den evenaar, en op de gansehe aarde zijn dag
en nacht anderm.aal even lang. Op den 21 Deoember einde-
lijk , wanneer de aarde in het teeken van den Kreeft (2d)
staat, terwijl de zon ons toeschijnt te staan in het teeken
van den Steenbok (""No), is de zuidpool naar de zon toege-
keerd, en de noordpool van dezelve afgewend, zoodat de
zuidjtoolstreek geheel door de zon beschenen wordt, en de