Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
336
WOORWEdEIf.
(c.taVj" —-irL. en 38" —Tl'/V N. B.)
Noorwegen wordt begrensd door Rusland, Zweden, het
Schagerrak, den Atlantischen oceaan en de N. IJszee, en
is c. 3760 V. ni. groot. Hetzelve was vroeger (sedert
1387) met Denemarken verbonden, doch werd in 1814 aan
Zweden afgest.vtn ; het heeft evenwel een bijzonder bestuur,
regeringsvorm cn wetten , en is ecu vrij , zelfstandig rijk ,
met eigene stenden (Storthing). Een onderkoning of stad-
houder bekleedt de plaats des konings van Zweden. — Noor-
wegen bevat c. 1,130,000 inwoners van Germaanschen oor-
sprong, met eene eigene taal, en genoegzaam alle Luthcra-
nei;, slechts in het N. wonen eenige duizend Lappen en
Finnen. Zij zijn sterk van ligchaam, levendig, goed-
aardig, en gastvrij, koene en bekwame zeelieden, en van
nature zeer geschikt tot werktuigelijke kusten en handwer-
ken. Zij leven matig, en vooral die der meest N. streken
moeten zich "zeer behelpen, doch zij zijn liefhebbers van
sterken drank. Ten deele zijn zij meer beschaafd, dan men
woonlijk meent, en, zonder hoogmoedig te zijn, vol ge-
voel hunner eigene waarde; vrienden van orde, die zich
gaarne aan de rcgtKiatigc wet onderwerpen, doch tevens
vrijheidlievende en ijverzuchtig op hunne regten. — Er wor-
den in Noorwegen weinig fabrieken gevonden, maar een
sterke bergbouw (vooral van koper en ijzer, alsmede van
kobolt, zilver, fraai marmer, aluin en zeezout) gedreven,
en veel hout uitgevoerd, zoodat er zeer vele zaagmolens ge-
gevonden worden , en er een levendige zeehandel heerscht:
in de v.-illeijen, welke voor de zon openliggen, en door de
hooge omliggende bergen tegen den feilen winter en de groo-
te koude beschut zijn , vooral aan de menigvuldige baaijen
en bogten, wordt wel weinig , doch goed graan verbouwd ,
terwijl cr tevens aanmerkelijke veefokkerij gedreven wordt,
alsmede sterke visscherij en jagt op wild, vooral op pelsdie-
ren en watergevogelte, met name op de eidergans. Het me-
nigvuldige nut, hetwelk , vooral in bet N. , van het ren-