Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
33'i
KRAKAU.
(c. L. en 50°—ÖOVs" N. B.)
Tiet gemeenebest Krakau, gelegen tusschen Polen, Gallicie,
en Silezie, is c. 20 v. m. groot, en bevat c. 132,000 inwo-
ners. — Sedert 1795 behoorde dit gedeelte van het voor-
malige Polen tot Oostenrijk, in 1806 werd het bij het groot-
hertogdom Warschau gevoegd, en in 1815 werd het een vrije
staat. Het hoogste bestuur is in handen van een', teu deele
door het vojk gekozen , senaat; nevens dezen bestaan er ech-
ter ook nog stenden.
Krakau, aan den AVeichsel (c. 37Vi2° L. en SOVia'^ N. B.) j de hoofd-
stad , waar voorheen de Poolsche koningen gekroond werden , met c.
37,000 inwoners, onder welke e. 11,000 Joden , een oud slot , een* dom
met de graven van verscheiden Poolsche koningen enz. , eene hooge-
school , en eenen aanmerkelijken handel.
DENEMAUKErf.
(c. L. cn 54\/40—580
Denemarken wordt begrensd door het Kattegat. de Zond,
de Oostzee, Duitschland, de Noordzee en het Schagerrak.
Voorts behooren tot dit koningrijk het groothertogdom Hol-
stein-Laucp.burg, bovenvermeld, en het eiland IJsland, Se-
dert 1523 heerscht het huis Holstein. De tegenwoordige ko-
ning, Frederik VI, regeert sedert 1808. Dc regeringsvorm is
tot dusverre onbeperkt monarchaal. Het is 2400 v. m.
groot, cn bevat ruim 2 mill. inwoners, waarvan op Dene-
marken zelf c. 825 V. m. met c. IVs^^iH- inw^oners , op Hol-
stein-Lauenburg c. 170 v. ra., c. 360,000 inwoners, en op
IJsland c. 1400 v. m. , met 50,000 inwoners, komen. Deze,
meest Denen, zijn van Germaanschen oorsprong, doch vindt
men , vooral op het vastland , ook vele Duitschers en Friesen.
Zij spreken eene eigene , met bet Zweedsch naauw verwante
taal, van den Germaanschen stam , waarin zij zich zeer geschikt
weten uit te drukken, en behooren in het algemeen tot de
Lutherschekerk. Voorts zijn zij over het geheel een welgevormd