Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
328
C. OOSTEKRIJK.
Het keizerrijk Oostenrijk bevat, behalve de Duitsche pro-
vinciën Oostenrijk, Stiermarken, Illyrie (Karinthie, Krain
of Carniole , Triëst en Friaul), Tyrol, Bohemen, Moravie ,
een deel van Silezie en de hertogdommen Auschwiz en Zator
in Gallicie, nog Hongarije, Zevenbergen, Gallicie, Slavonie,
Croatie, Dalmatie en het Lombardijsch-Venetiaansch koning-
rijk. De gansche staat strekt zich uit van c. 26° tot ii" L. en
van 42° tot 81° N. B.,is c. 12,-400 v. m. groot, bevat c. 35
millioenen inwtmers, en wordt begrensd door Rusland,
Turkije, de Adriatisehe zee, Italië (Kerkelijke Staat, Mode-
na, Parma, kon. Sardinië), Zwitserland, Beijeren , Saksen,
Prnissen (Silezie) cn Krakau. — De Duitsche staten alleen
zijn c. 37Ö0 v. ni- groot, bevatten c. 11 Vi mill. inwoners,
die genoegzaam alle de lloomsch-Katholijke godsdienst belijden ,
en worden begrensd door Gallicie, Hongarije, Slavonie, Cro-
atie, de Adriatisehe zee, Beijeren, Saksen en Pruissen.
Het stamland is het hertogdom Oostenrijk , waarbij in de
veertiende eeuw reeds Karinthie, Tyrol, Triëst en de Breis-
gau kwamen, en voorts in lö26 Hongarije, Bohemen, Mora-
vie en Silezie, in 1713 de Nederlanden (Belgie) en eenige
Italiaansche gewesten, en in 1772 Gallicie ; daarentegen wer-
den in 1742 Silezie, in 1797 de Nederlanden en Lombar-
dije, en in 1803 de Schwabische en andere gewesten weder
verloren. De tegenwoordige grenzen zijn door de vredesbe-
palingen van 181-4 en 1815 vastgesteld , cn de tegenwoordi-
ge keizer, Ferdinand I, regeert sedert 1835.
De hoofhezigheden der inwoners zijn land- en wijnbouw in
Oostenrijk en Illyrie, ooft- , hoppe- en vlasbouw in Boliemen ,
olijven- en zuidvruchtenteelt in het zuiden , rundveefokkerij
op de Alpen , schapenteelt in Bohemen en Moravie , bergbouw,
waardoor veel ijzer en lood gewonnen wordt, in Karinthie,
zilver c;i tin in Bohemen, eenig goud in Saltsburg, kwik-
zilver in Krain, steenkolen en steenzoiit in Saltsburg en
ïyrol ; fabrieken van belang worden voornamelijk in Oosten-
rijk , Bohemen en Moravie gevonden , en handel vooramelijk
in Weenen , Pra.ig , Triëst, Botsen , Laibach , Brunn, Olmutz
en Lintz gedreven.