Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
keurige waarnemingen , opmelingeri en berekeningen , is echter slechts
zeer gering, zoodat de kleinste middellijn der aarde, welke die beide
afgeplatte zijden verbindt , niet raeer dan Vzao korter is , dan de groot-
ste , die de eerste regthoekig snijdt.
De kortste middeliiju der aarde, die de beide afgeplatte zijden ver-
bindt, en om welke dezelve zich, gelijk wij straks nader zien zullen,
als om eene spil ronddraait, wordt gewoonlijk de as van den aarbol ge-
noemd. De uiteinden dezer denkbeeldige as , levens juist de middelpun-
ten der cirkelvorniige afgeplatte zijden , heelen dc polen der aarde ,
of, met één woord, de aardpolen.
Midden tusschen de beide polen, overal even ver van dezelve verwij-
derd , stelt men zich , ten behoeve der aardrijkskunde , eenen cirkel
rondom den aardbol gelrokken voor, welke dezen , als het ware, in
twee gelijke helften deelt, en deswege ook evenaar {aequator) genoemd
wordt.
Paralel of evenwijdig met den evenaar en onder elkander loopen ,
ter wederzijde van denzelven , telkens op eenen gelijken afstand , nog
eene menigte andere cirkels om dc aarde , welke , naar hunnen aard ,
paralelkringen of evenwijdige lijnen plegen genoemd te worden.
Wat is de oorzaak geweest van dc afplatting der aarde aan hare polen?
§
Grootte der Aorde.
De omtrek der aarde is nr 5400 g^Gogr. mijlen,
de middellijn » 1719 g^ogr. mijien.
de oppervlakte» = 9,281,572 vierk. mijlen,
de inhoud . = 2,658,936,730 kub. mijlen.
De omtrek der aarde, als cirkel beschouwd, 360 graden; een graad
houdt 15 geogr. mijlen derhalve is de omtrek der aarde :
360 X 15 5400 geogr. mijlen.
De middellijn van eenen cirkel slaat lot deszelfs omlrek = 113: 355.
De omtrek der aarde is 5400 mijlen ; derhalve :
355 : 113 = 5400 : 1718 = circa 1719.
Vermenigvuldigt men verder de middellijn van eenen kogel met den
omlrek, dan verkrijgt men de grootte van deszelfs oppervlakte; dus:
5400 X 1719 = c. 9,282,600 vierk. mijlen.
De oppervlakte eindelijk, vermenigvuldigd met van de middellijn,
geeft den kubieken inhoud, derhalve:
'''Vs of 286Va X 9,282,600 = 2,659,464,900 kub. mijlen. ,