Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
303
W. van den Rijn wonen, de Roomseh-Katholijke, ene.
15 millioenen, welke hoofdzakelijk in N. Duitschland, in
Baden, AVnrtemhcrg , Hessen en Nassau gevonden worden,
de Protcstantsche godsdienst. Slechts in weinige streken
zijn dc Lutheranen en de Gereformeerden nog gescheiden ;
vereenigd noemen zij ziel» Evangelische Christenen. Onder
de Protestanten worden ook eenige dnizcuden Hernhutters
of Evangelische broeders , Mennoniten , eu van andere partijen
gevonden. Katholijkcn en Protestanten hebben in alle sta-
ten vrije godsdienstoefening , cn gelijke burgerlijke regten. —
De Duitschers behooren tot dc meest beschaafde volkeren der
aarde. Zeer talrijk zijn in Duitschland de hoogere en lagere
scholen, geleerde gezelschappen, bihüotheken en andere
wetenschajijjelijke inrigtingen, alsmede die ter bevordering
der kunsten. De bijzondere Duitsche volkeren onderschei-
den zich wel door verschillende eigenaardigheden , doch over
bet geheel zijn de Huitschers ernstige, verstandelijke, ar-
beidzame, vindingrijke, leerzame en eerlijke lieden. Zij zijn
getrouw in de vriendschap, gehoorzaam aan hunne overheid,
en dappere, geschikte soldaten. Eij den arbeid betoonen zij
een bijzonder geduld en veel volharding, wesvvcgen zij tot
zware en langwijlige werkzaamheden, welke een aaiïhoudend
navorsclicn en ecne strenge naauwkcurigheid vereischen,
bijzonder gescl)ikt zijn. Zij hebben ecne eigenaardige trotsch-
beid op hun vaderland, zonder echter andere volkeren ge-
ring te achten, en zelfs bekommeren zij zich meer dan
ecnij ander volk om vreemde natiën cn landen , weswegen
zij gaarne vrceiv.de talen leeren en vreemde landen bezoe-
ken , waardoor zij veel keimis verkrijgen, doch zijn zij ook
maar al te zeer geneigd, niet slechts de goede, maar ook
de slechte zeden en gowofmtcn van anderen aan te nemen,
en hunne dwaasheden na le volgen et» te overdrijven. —
De bevolking van Duitschland Inndt zich met al de werk-
zaamheden der beschaafde volken bozig, vooral met den land-
bouw, de veefokkerij , den o(»ft- cn den wijnbouw. In den
bergbouw zijn zij de leermeesters van aih? antlt-re natiën ge-
worden. In getal en grootte, doch naauwelijks meer in