Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
De bewezen voor de ronde gedaante der aarde zijn deze :
l®. De reizen, rondom de aarde gedaan. De eersfe was die van
Magelhaens, van het jaar 1,'>I9 tol 1522} — de beroemdste vervolgens
zijn die van Drake, van 1577 lol 1580, — van Olivier van Noordl,
van 1598 lol 1601, —- van Dampier (drie), van 1683 lol 1711, —
van Anson, van 1740 lol 1744, — van Wallis , van 1766 tot 1769, —
van Cook (drie) , van 1768 lot 1779, van Krusenslern, van 1803 lol
1806, — en van Kotzebne (twee), van 1814 (ol 1818 en van 1823 lot 1826.
2°, De genoegzaam lot zekerheid gewordene waarschijnlijkheid , dal
de gedaante der aarde overeenkomt met die der overige planeten , welke
wij, ten gevolge van sterrekundige (lelescopische) waarneming, stellig
als rond kennen.
3®. Wanneer de aarde niet rond was , zoude de zon , bij hare op-
komst^ dezelve in eens geheel overschijnen , en ook , bij haren onder-
gang, weder in eens geheel verdwijnen , terwijl wij integendeel welen,
dat in de landen , oostelijk van ons gelegen , de zon vroeger, in de wes-
telijk gelegene later op- en ondergaat , dan bij ons.
40. Indien de aapde vlak was , zoude men dezelve met een gewapend
oog geheel, althans voor een groot gedeelte , kunnen overzien , waar zulks
namelijk niet door hooge bergen belet wordt, en insgelijks hooge ge-
bergten eenige honderd mijlen ver kunnen waarnemen.
50. Hel allengskens zigtbaar worden van verwijderde hooge voorwer-
pen , zoodat wij van dezelve eersl alleen hel bovenste zien, terwijl de
lagere deelen nog door de ronde bogt der aarde bedekt zijn, en niet
dan bij aannadering langzamerhand Ie voorschijn komen.
6°. De maansverduisteringen, bij welke wij de aarde in de meest
verscheidene stellingen ecne ronde schaduw op de maan zien geven.
Hoe heeft de aarde deze ronde gestalte verkregen ?
Wat onversland tegen de ronde gedaan (e onzer aarde heeft ingebragt,
van het wegvallen der tegenvoeters ^antipoden) , dat is , van die men-
schen , welke op de tegenovergestelde zijde des aardbols wonen en dus
hunne voeten tegen de onze gekeerd hebben , blijkt geheel nielig te
zijn, wanneer men slechts bedenkt, dat bij een zoo ontzaggelijk groot
ligchaam , als onze aarde is, het begrip van boven en beneden geheel
wegvall; terwijl, ten gevolge der aantrekkingskracht, alles naar hef mid-
delpunt henen streeft , en dat , wanneer van boven en beneden de rede
is , slechts de geheele oppervlakte der aarde hel beneden , en de haar
omgevende dampkring het boren heelen kan.
Evenwel is de aardbol aan twee tegen elkander overstaande
zijden eenigzins vlak of afgeplat.
Deze afplatting, eerst gebleken ten gevolge van menigvuldige en naauw-