Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
278
tigden zich Noormannen, Grieken en zelfs Arabieren ; uit deze
vermenging sproot het latere geslacht der Italiaanscho natie,
en ging tevens de oude Latijnsche taal in de tegenwoordige
Italiaansche over.
De Italianen hebben in het algemeen een sterk en duur-
zaam ligchaam, en eenen opgeruimden, vrolijken geest. Of-
schoon zij veel ophebben met uiterlijken glans en pracht,
zijn zij echter matig en met weinig te vreden. Zij bezitten
veel aanleg voor kunsten en wetenschappen , vooral voor de
muziek en de schilderkunst. Ook zijn zij over het geheel goed-
aardig , doch tevens levendig en vurig, en hierdoor ligt over-
hellend tot toorn, ijzerzucht en wraakgierigheid, welke zij
uiterlijk zeer goed weten te ontveinzen , tot zich de geschikte
tijd en gelegenheid aanbieden om dezelve te bevredigen. Van
nature vernuftig en vindingrijk , hebben zij ons met vele nutti-
ge en gewigtige uitvindingen voorzien. De ware vrijheids-
liefde , moed en geest van volharding daarentegen schijnen hun
sinds lang ontweken te zijn. — Hunne voornaamste bezigheden
zijn grootendeels veefokkerij , zijdeteelt, akker- en wijnbouw ;
slechts in Noord-Italie worden aanmerkelijke fabrieken gevon-
den. Ook de handel is in Noord-Italie alleen levendig, ter-
wijl zeehandel, die overigens vrij aanzienlijk is, nog daar-
enboven meerendeels door buitenlanders gedreven wordt. In
Zuid-Italie wordt daarentegen meer zijde , olie en zuidvruch-
ten gewonnen. In het grootste deel des lands is het verkeer
zeer gering; goede wegen en kanalen worden slechts in
Noord-Italie gevonden. Ook heerscht er over het algemeen
groote onwetendheid en bijgeloof.
Sedert den ondergang van het W. Romeinsche rijk (476)
is Italië nooit weder één staat geweest. Gothen, Grieken,
Longobarden, Noormannen, Franken, Duitschers, Fransehen,
Spanjaarden heerschten na en nevens elkander in verschil-
lende streken , terwijl tusschen alle zich de Kerkelijke Staat
vjin den Paus te Rome verhief, en zoo is Italië ook thans nog
in verscheiden bijzondere rijken en staten verdeeld.