Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
271
kleinmen verwisseld , en door gewoonte gevestigd ; door den
bijzonderen geest, het karakter, den smaak, de zeden, ge-
woonten, bezigheden en lotgevallen der natiën ontstonden,
naar de voorhandene behoefte , de H\eest verschillende ver-
anderingen , bijvoegsels en verliezen , zoodat, ten gevolge vau
deze en andere meer bijzondere oorzaken , in de onderschei-
dene talen der enkele natiën, ten deele naauwelijks raeer de
sporen van eenen genieenschappelijken oorsprong zijn over-
gebleven. üe oorspronkelijke taal, natuurlijk slechts arm,
ruw cn eenvoudig , is echter niet uitgestorven ; zij is , al-
thans ten deele, nog voorhanden , maar verstrooid in alle ta-
len der aarde, cn onder de meest verscheidene vormen ver-
borgen : zij ligt nog in de wortels der woorden , welke de
oudste bchoefien en begrippen der menschen aanduiden,
opgesloten, en is zelfs in de meeste, bij eene scherpe ont-
wikkeling en eene naauwkeurige vergelijking , ook thans nog
kenbaar liijna alle talen verdeelen zich weder i^ verschil-
lende takken en tongvallen (Germaanseh, buitsch, Hoog-
duitsch) , terwijl ook vele, naar hunne gemeenschappelijke
afstamming, elkander min of meer verwant zijn (Franseh,
Spaanseh , Italiaansch , Latijn). Voorts onderscheidt men ge-
mengde talen (Engclsch), en doode talen (Hebreeuwsch , Oud-
Grieksch, Latijn), alsmede dubbele talen, bij een en hetzelf-
de volk in gebruik , eene voor het dagelijksche leven en eeno
voor de schrift, in staats-of godsdienstzaken , enz. (llindoos :
Sanskrit, Prakrit; Turken: Turksch, Arabisch; Joden:
Hebreeuwsch ; Hongaren, in staatsstukken , en lloomsch-Ka-
tholijken, in missen en kerkgezangen: Latijn, ook thans
nog, ofschoon niet meer zoo stellig en algemeen als vroeger
de taal der geleerden ; Franseh, de taal der politiek en di-
plomatie).
Reeds vroeg werd tevens de mensch , door den aanblik der
natuur en de beschouwing van zich zei ven , opgeleid tot het
geloof aan en de vereering van eenen wijzen, goeden , al-
magtigen en eeuwigen Schepper van hem zeiven en van ge-
heel de wereld. Mannen met bijzondere talenten begaafd,
met uitstekende krachten uitgerust, gevoelden, in het be-