Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
267
makkelijker en ruimer kunnen voorzien, vermeerderen de
behoeften der menschen ; het eenvoudige rondzwervende her-
dersleven kan hen niet meer bevredigen : zij vestigen hunne
woonplaatsen en gaan over tot den landbouw, tot velerhan-
de handwerken, tot den handel, cn verder tot de beoefening
van kunsten, wetenschajtpen, enz. Deze toestand vereischt
natuurlijk eene grootere ontwikkeling van kennis en bescha-
ving, cn brengt van zelve de bevestiging der woonplaatsen
en do vereeniging van meerdere gezinnen tot gemeenschap-
pelijke zamenleving met zich. Innuers, wanneer hel woes-
te land eens met groote moeite ontgonnen en vruchtbaar
gemaakt is, verlangt de akkerbouwer er blijvende voordeden
van : hij bouwt zich tusschen zijne akkers zijne woning , en ,
daar hij dezelve niet verandert, van hechte en duurzame
bouwstollen : uit de hut of de tent wordt een huis. Deland-
bouw kan voorts door wederzijdsche ondersteuning zeer ver-
ligt worden; deswege vestigen zich meerdere akkerbou-
wers nabij elkander: en zoo ontstaan dorpen. Hij vereischt
eene onafgebrokene zorg en arbeid, en tevens verscheiden
meer zamengestelde werktuigen cn gereedschappen; het is
voor den landman derhalve ecne groote verligting en een
waar gewin , wanneer andere lieden hem voor de vruchten
van zijn veld, welke hij zelf ontberen kan , datgeen verschaf-
fen, hetwelk hij zelf, zonder het verzuimen zijner bezighe-
den, niet zou kuinien maken, of althans niet zoo goed,
als zij , die zich daarmede alleen bezig houden , terwijl de-
ze zich wederkecrig , zonder z.ehe dadelijk do vruchten voor
hun levensonderhoud te verbouwen , op die wijze de noodi-
ge middelen kunnen verschalTen , om in hunne behoeften te
voorzien. Zoo ontstonden liandwerken en kunsten. Daar
echter deze ruilhandel voor beide partijen met vele zwarig-
heden gepaard moest gaan, deden zich weldra tusschenper-
sonen of middelaars op, die voor eene kleine winst , de wa-
ren uil de eene hand in de andere overbragten , en zoo ont-
stond de eigenlijke koophandel. Een verder gemak is het
voor den landman , en voor de handwerkers en kooplieden
zelve, wanneer alle personen, die men noodig heeft, in het-