Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
239
het wild ggvogolto, als papegaaijen , pelikanen , duiven, een-
den , en/,,, en de zee is niet alleen overal zeer visehrijk ,
maar voedt ook eene ontelbare menigte andere zeedieren,
als zeeëlefanti n, robben van allerlei soort, schildpad-
den , oesters, mossels, en andere schelpdieren, die aan
verscheidene oorden de schoonste paarlcn bevatten. Vele
der kleinere eilanden zijn, op eenf-n matigen afstand van de
oevers, met digte harde ringen van gewassen of steenkora-
len, welke men koraalriffen noemt', even als met muren om-
geven.
VAN DE INWONERS.
E ü R O P A.
Van het gezamenlijk getal der menschen, welke gerekend
worden de aarde thans te bewcmen , cn die , gelijk wij vroe-
ger reeds gezien hebben , op omtrent 1000 millioenen ge-
schat worden, komen op Europa ongeveer 2-48 millioenen.
In doorsnede telt men in Europa op iedere vierkante mijl
c. lOoO hoofden; — de bevolking is echter in de verschil-
lende oorden zeer ongelijk verdeeld. Wanneer in de Neder-
landen op iedere v. mijl -46oo inwoners gerekend worden,
kan men daarentegen in Rusland niet meer aannemen dan
■4)7, in Zweden niet meer dan 362, en in Noorwegen niet
meer dan 118. Over het geheel is het N. gedeelte minder
bevolkt, dan het Z., welke verscheidenheid zich gemakkelijk
uit de natuurlijke gesteldheid der streken verklaren laat,
daar het N., in vergelijking, veel minder middelen tot on-
derhoud verschaft, dan het Z.
De bevolking van Europa behoort, met uitzondering alleen
van de Laplanders, de Finnen, de Samojedcn , de Kalmuk-
ken en eenige andere Mongoolsche volkeren , enz., geheel
en al tot den Kaukasi.schen menschcnstam. Zij »l-rdeelt
zich echter in verscheiden bijzondere volksstammen, of na-
tien , die, van verschillenden oorsprong, zich ook thans nog
in meerdere of mindere mate onderscheiden. Op voornaamste
dezer bijzondere natiën zijn :
17*