Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
257
van dit werelddeel bestens ten nntte gemaakt, en eene
menigte voortbrengselen van andere werelddeelen derwaarts
verplant, en vvel meestal met het beste gevolg. Vooral ge-
dijen onze granen cn huisdieren zeer goed in het gematigde ,
en de suiker cn koftij in het heete klimaat van Amerika. Dc
meest merkwaardige voortbrengselen zijn: de metalen, met.
name goud, en vooral zilver, welke in Amerika in groote
menigte gevonden worden, zoodat sedert de ontdekking
van dit werelddeel de prijs der waren in Europa zeer geste-
gen is. De edele gesteenten , in het bijzonder de diamanten .
zijn na de Oostindische de beste, en komen deze dikwijls zell'^
in waarde zeer nabij. Er worden niet slechts groote hos-
sehen van uitmuntend timmerhout gevonden , maar ook veb
nuttige verl'houtsoorten , als het Ruku-, Fernambuc- cn Campc-
chehout , alsmede verscheiden soorten uitmuntend schrijn-
werk ershoiit, waaronder het niahagonihoiit het bekendste is.
Tabak wordt ook wel in Europa en Azie verbouwd, docii
behoudt in zijn vaderland eene uitgemaakt hoogere voor-
treffelijkheid, zoodat nog steeds dc beste rook- en snuil-
tabak uit Amerika komt. Koflij en suiker, oorspronkelijk
Asiati.sche voortbrengselen , doch door de Europeanen naar
Amerika overgebragt, beiooncn deze moeite rijkelijk door
eene ruime opbrengst. De boomwol behoort oorspronkelijk
in .Amerika te huis, doch is door de zorg der Europeanen
zeer vermenigvuldigd. Veefokkerij werd voor de aankomst
der Europeanen bijna in het geheel niet gedreven, want
slechts de inboorlingen der heete zone hadden eene soort van
tamme schapen , lamaas en guan.ikoos genoemd, en die der
koude zone den hond als huisdier ; alle overige dieren wa-
ren wild , of onbruikbaar voor de veeteelt. De Europeanen
bragten genoegzaam alle soorten van vee en huisdieren der-
waart, en thans loopen reeds, zoowel in Z. als in N. Ame-
rika , paarden en ossen met groote kudden wild in het land
rond, en de huiden van het hoornvee maken voor verschei-
den oorden eene der gewigtigste handelswaren uit. In pels-
werk van de beste soort bestaat de rijkdom van het N. vau
N. Amerika. De groote visscherij , met name de stokvisch»
17