Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
A r R I K A.
Daar Afrika bijna geheel in de heete zone ligt, of zich
althans nergens ver van dezelve verwijdert ; zoo kan het
natuurlijk niet die verscheidenheid van voortbrengselen heb-
ben, welke Azie oplevert. Het heeft slechts planten, die
eene groote warmte vereischen of verdragen kunnen ; waar
het niet aan water ontbreekt, levert echter het plantenrijk
toch koffij, suikerriet, boomwol, olijven, zuidvruchten,
moerbezien , ananassen, meloenen, enz.; groote wouden met
schoone boomen , waaronder ebbenhout , mangleboomen , enz.
eindelijk ook ambra , cassia , mastix , en de meeste en bes-
te gom. De woestijnen hebben, op de oasen, weinig meer
dan dadels, tamarinden en acacïen. Het hoofdvoortbreng-
sel van Afrika is graan, waarvan de kustlanden langs de
Middellandsche zee , vooral de O. en W., eenen grooten over-
vloed hebben; hetzelve bestaat meerendeels uit durra en
tcff, twee gierstsoorten , en uit rijst. Wijn, en wel
van de edelste soort, wordt voornamelijk op de eilanden,
die ten N. W. van Noord-Afrika liggen , cn op de Z. punt
van dit werelddeel gewonnen. Veefokkerij drijft men het
meest in N. Afrika, waar uitmuntende paarden, schapen
met zeer fijne wol, cn goed hoornvee gevonden wordt. Goud
is er in zoo groote menigte voorhanden , dat men Afrika mis-
schien voor het goudrijkste land der wereld mag houden ;
het wordt in het zand , zeer nabij aan de oppervlakte der
aarde, en in de rivieren gevonden.
AMERIKA.
Amerika, hetwelk bijna overal eenen vruchtbaren bodem,
geene zandwoestijnen, maar wel onmetelijke vlakten en sa-
vannen , eu tevens over het geheel zeer vele rivieren en groo-
te stroomen heeft, is ter voortbrenging van genoi^gzaam
alle dieren en planten uilmuntend geschikt en heeft zelfs
verscheiden, haar oorspronkelijk bijzonder eigene voortbreng-
selen , als de maïs , de aardappelen , do tabak , de cacao, de
cochenille, cn onderscheidene soorten van boomen, struiken
en dieren. De Europeanen hebben zich de vruchtbaarheid